5 Functie
5.1 Werkingsgebied
5.2 Wanneer welke functie gebruiken
CTXM15+FTXM20~71N2V1B
Daikin kamerairconditioner
4P518786-3F – 2020.05
Gebruik het systeem binnen de volgende temperatuur- en vochtgehaltewaarden
om een veilige en efficiënte werking te verzekeren.
Buitentemperatuur
Binnentemperatuur
Binnenvochtigheid
In combinatie met buitenunits: RXM71N, 2MXM, 3MXM, 4MXM, 5MXM
Buitentemperatuur
Binnentemperatuur
Binnenvochtigheid
In combinatie met andere buitenunits
Buitentemperatuur
Binnentemperatuur
Binnenvochtigheid
Indien gebruikt buiten het werkingsbereik:
(a) Een beveiliging kan het systeem stilleggen.
(b) Er kan condensatie op de binnenunit ontstaan en er af druppelen.
In de volgende tabel vindt u een overzicht van welke functie te gebruiken:
INFORMATIE
Bedrijfsstanden: koelen, drogen en automatisch zijn NIET beschikbaar op de versie
voro alleen verwarmen van het product.
Functie
Basisfuncties
In combinatie met buitenunit RZAG
Koelen en drogen
–20~52°C droge bol
17~38°C droge bol
12~28°C natte bol
≤80%
Koelen en drogen
–10~46°C droge bol
18~37°C droge bol
14~28°C natte bol
≤80%
Koelen en drogen
–10~50°C droge bol
18~37°C droge bol
14~28°C natte bol
≤80%
5
(a)
Verwarmen
–20~24°C droge bol
–21~18°C natte bol
10~27°C droge bol
(b)
—
(a)
Verwarmen
–15~24°C droge bol
–15~18°C natte bol
10~30°C droge bol
(b)
—
(a)
Verwarmen
–20~24°C droge bol
–21~18°C natte bol
10~30°C droge bol
(b)
—
Taken
Uitgebreide handleiding voor de gebruiker
Functie
|
(a)
(a)
(a)
17