Lichtmanagement
Memory-waarde
Helderheid, die - bij gebruik van een dim-inzetmoduul – bij handmatig
inschakelen ingesteld wordt (geldt niet, wanneer bij „Weergave"
geprogrammeerde schakelingen uitgevoerd worden). De waarde wordt niet
vluchtig geprogrammeerd. Wordt een nieuwe waarde geprogrammeerd,
wordt de vorige waarde overschreven. Voor opslaan zie hoofdstuk
‚Handmatige bediening'.
4.4 Bedrijfsstand toevalschakelaar
In deze bedrijfsstand (potmeter (1) op positie 4) wordt de verlichting
automatisch of handmatig een- of uitgeschakeld.
.
Er zijn twee basisinstellingen.
Toevalsschakelingen 'uit' (alleen handmatige Bediening)
Toevalsschakelingen 'aan'
Toevalsschakelingen 'uit':
Alleen handmatige bediening, zie hoofdstuk ‚Bediening'.
Toevalsschakelingen 'aan':
Zolang de ingestelde helderheidsdrempel onderschreden is, voert de
tiptoets 'Universal' willekeurige schakelingen uit. Handmatige bediening
blijft mogelijk. De automatic-functie wordt daardoor niet beëindigd. De
volgende toevals-schakeling stelt de tegengestelde schakeltoestand in.
Opdat een korte afschakeling niet de toevalsschakelingen start, moet de
helderheidsdrempel gedurende minstens 60 s zijn onderschreden. Wordt
bij ingeschakelde verlichting de helderheidsdrempel overschreden, wordt
de volgende toevalsschakeling (uit) nog uitgevoerd. Opdat de
aanwezigheidsimulatie realistisch is, wordt de verhouding „licht aan" / „licht
uit" gewijzigd. Aanvankelijk (eerste nachthelft) schakelt de verlichting voor
een duur van 20 tot 40 minuten in. De pauze tussen twee verlichtingsfasen
bedraagt 5 tot 10 minuten. Na 4 uur (tweede nachthelft) wordt de
verhouding „licht aan" / „licht uit" omgekeerd. De toevalsschakelingen
worden op zijn laatst 9 uur na aanvang of na overschrijding van de
helderheidsdrempel gestopt. De toevalschakelingen starten pas weer,
wanneer dehelderheidsdrempel onderschreden wordt.
Tiptoets 'Universal'
Licht-Management
Art.nr.: ...1561.07 U...
Afb. 11
9