Home >
Appendix
> Belangrijke informatie over de levensduur van tonercartridges
Belangrijke informatie over de levensduur van tonercartridges
Levensduur van tonercartridges
Dit product detecteert de levensduur van de tonercartridges met behulp van de volgende twee methodes:
•
Detectie door van elke kleur de punten te tellen die nodig zijn om een beeld te creëren
•
Detectie door de rotaties van de developerrol te tellen
Dit product is uitgerust met een functie die de punten telt van elke kleur die gebruikt wordt om documenten af te
drukken, evenals de rotaties van de developerrol van elke tonercartridge. Afdrukken stopt wanneer een van de
bovenlimieten is bereikt. De bovenlimiet is ingesteld boven het aantal punten of rotaties dat nodig is zodat de
prestaties van de cartridge consistent zijn met het aangekondigde aantal pagina's. Deze functie is bedoeld om
het risico op een slechte afdrukkwaliteit en schade aan de machine te beperken.
Er zijn twee berichten die aangeven dat de toner bijna leeg is of moet worden vervangen: Toner bijna leeg en
Vervang toner.
Toner bijna leeg wordt weergegeven op de LCD als het aantal punten of rotaties van de developerrol in de buurt
van het maximum komt. Vervang toner wordt weergegeven op de LCD als het aantal punten of rotaties van de
developerrol het maximum bereikt.
Kleurcorrectie
Niet alleen voor normale bewerkingen, zoals afdrukken en kopiëren, wordt het aantal rotaties van de
developerrol geteld, maar ook voor aanpassingen van de machine, zoals kleurenkalibratie en kleurenregistratie.
Kleurenkalibratie (Instellen van kleurdichtheid)
Voor een stabiele afdrukkwaliteit moet de dichtheid van elke tonercartridge een vaste waarde blijven behouden.
Als het evenwicht van de dichtheid tussen de kleuren niet kan worden behouden, wordt de tint onstabiel en is
een nauwkeurige reproductie van de kleuren niet langer mogelijk. De tonerdichtheid kan wijzigen als gevolg van
chemische wijzigingen aan de toner die van invloed zijn op de elektrische lading, achteruitgang van de
developereenheid en temperatuur- en vochtigheidsniveaus in de machine. Tijdens de kalibratie worden
testpatronen voor aanpassing van het dichtheidsniveau afgedrukt op de riemeenheid.
De kalibratie wordt voornamelijk op de volgende tijdstippen uitgevoerd:
•
Als de gebruiker de kalibratie handmatig selecteert op het bedieningspaneel of de printerdriver.
(Voer de kalibratie uit als de kleurdichtheid moet worden verbeterd.)
•
Als een gebruikte tonercartridge wordt vervangen door een nieuwe.
•
Als de machine detecteert dat de omgevingstemperatuur en de vochtigheid zijn gewijzigd.
•
Als een bepaald aantal afgedrukte pagina's is bereikt.
kleurenregistratie (correctie van de positie van de kleuren)
In deze machine zijn de drumeenheid en de developereenheid respectievelijk in orde gemaakt voor zwart (K),
geel (Y), magenta (M) en cyaan (C). Vier beelden in kleur worden gecombineerd in een beeld, waardoor fouten
bij de registratie van de kleuren (bijvoorbeeld hoe de vier beelden in kleur zijn uitgelijnd) kunnen optreden. Als er
zich registratiefouten voordoen, worden de testpatronen voor registratiecorrectie afgedrukt op de riemeenheid.
De registratie wordt voornamelijk op de volgende tijdstippen uitgevoerd:
•
Als de gebruiker de registratie handmatig selecteert op het bedieningspaneel.
(Voer de registratie uit als een fout bij de registratie van de kleur moet worden gecorrigeerd.)
•
Als een bepaald aantal afgedrukte pagina's is bereikt.
Verwante informatie
•
Appendix
402