S2125 COMMUNICEERT NIET
• Controleer of S2125 juist is geïnstalleerd in de binnen-
module (VVM) of de regelmodule (SMO).
• Controleer of de communicatiekabel goed is aangeslo-
ten en of deze werkt.
LAGE WARMTAPWATERTEMPERATUUR OF
GEBREK AAN WARMTAPWATER
LET OP!
Het warmtapwater wordt altijd ingesteld op de
binnenmodule (VVM) of de regelmodule (SMO).
Dit gedeelte van het hoofdstuk over het oplossen van
problemen geldt alleen als de warmtepomp is aangeslo-
ten op de boiler.
• Groot warmtapwaterverbruik.
– Wacht totdat het warme water is verwarmd.
• Onjuiste warmwaterinstellingen in binnenmodule of
regelmodule.
– Zie de handleiding voor de binnenmodule/regelmo-
dule.
• Verstopt vuilfilter.
– Schakel het systeem uit. Controleer en reinig het
vuilfilter.
LAGE KAMERTEMPERATUUR
• Gesloten thermostaten in meerdere kamers.
– Zet de thermostaten in zoveel mogelijk kamers op
max.
• Onjuiste instellingen in binnendeel of regelmodule.
– Zie de handleiding voor het binnendeel / de regelmo-
dule (VVM / SMO).
• Met lucht gevulde radiatoren/vloerverwarmingslussen.
– Ontlucht het systeem.
HOGE KAMERTEMPERATUUR
• Onjuiste instellingen in binnendeel of regelmodule.
– Zie de handleiding van het binnendeel of de regel-
module.
IJSVORMING IN DE VENTILATOR, HET
ROOSTER EN/OF DE VENTILATORCONUS
OP DE S2125
• Activeer "ventilator ontdooien" in de binnenmodule/re-
gelmodule. "Ventilator continu ontdooien" kan ook als
het probleem blijft bestaan.
• Controleer of de luchtstroom door de verdamper cor-
rect is.
40
Hoofdstuk 8 | Storingen in comfort
GROTE HOEVEELHEID WATER ONDER DE
S2125
• Het accessoire KVR 11 is vereist.
• Als KVR 11 is geïnstalleerd, controleer dan of de wa-
terafvoer onbelemmerd plaatsvindt.
ACTIEF ONTDOOIEN IS BEËINDIGD
Er zijn meerdere mogelijke redenen waarom het actieve
ontdooien wordt beëindigd:
• Als de temperatuur van de verdampersensor zijn
stopwaarde heeft bereikt (normale stop).
• Als ontdooien langer dan 15 minuten is geactiveerd.
Dit kan het gevolg zijn van te weinig energie in de
warmtebron, te harde wind op de verdamper en/of
een fout in de sensor op de verdamper waardoor een
te lage temperatuur wordt weergegeven (bij koude
buitenlucht).
• Als de temperatuur in de retourleidingsensor, BT3,
onder de 10 °C zakt.
• Als de temperatuur van de verdamper (BP8) onder zijn
laagst toegestane waarde zakt. Nadat ontdooien tien
keer mislukt is, moet de S2125 worden gecontroleerd.
Dit wordt aangegeven door een alarm.
NIBE S2125