IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN
Namen van de onderdelen
Vooorkant
u Bedieningsveld
v Bekleding
w Waterreservoir
x Waterniveau indicatie
y Handgeep (aan beide zijden)
Achterzijde
u Slangaansluiting voor continue afvoer
v Wiel
w Netkabel en stekker
x Gesp voor netstekker (in het waterreservoir,
alleen bij opslag van het apparaat gebruiken)
(geïnstalleerd zoals aangegeven in Afb.3a)
y Slangaansluiting voor pompafvoer (sommige
modellen zonder)
z Luchtuitlaatrooster
{ Luchtfilter
OPMERKING:
Alle afbeeldingen in deze
handleiding zijn alleen ter illustratie. De werkelijke
vorm van uw gekochte apparaat kan enigszins
afwijken, maar de werking en functies zijn
hetzelfde.
Accessoires: ( bevinden zich in het waterreservoir van het apparaat)
Pompafvoerslang (1 stuks) (uitsluitend bij apparaten met pompfunctie)
B
Voedingskabel (1 stuk)
us einde (1 stuk) (bij sommige modellen)
Afb. 2
Afb. 3
Steek de netkabel in het
Afb. 3a
apparaat.
Opstelling van het apparaat
De werking van een luchtontvochtiger in de kelder is van weinig nut voor het drogen van een
aangrenzend afgesloten opslagruimte, zoals een kamer, tenzij er voldoende luchtcirculatie in dit gebied
gezorgd wordt.
• Gebruik het apparaat niet in de openlucht.
Deze luchtontvochtiger is alleen bedoeld voor het gebruik binnen
•
woonruimtes. Deze luchtontvochtiger mag niet gebruikt worden
voor commerciële of industriële doeleinden
Plaats de ontvochtiger op een vlakke, egale ondergrond, die het
•
apparaat met een vol waterreservoir kan dragen.
Laat aan alle kanten van het apparaat minstens 20 cm afstand
•
voor een goede luchtcirculatie (bij de luchtuitlaat minstens 40 cm
afstand)
Zet het apparaat daar op, waar de temperatuur niet beneden
•
5°C (41°F) daalt. Bij temperatuur onder 5°C (41°F), kunnen de
slangen met rijp bedekt raken, hetgeen de prestaties kan
verminderen.
Plaats het systeem uit de buurt van wasdrogers, radiatoren of
•
verwarmingsapparaten.
Gebruik het apparaat om vochtschade te vermeiden, waar
•
boeken of waardevolle spullen worden opgeslagen.
Gebruik de ontvochtiger in de kelder, om vochtschade te
•
voorkomen.
Om de ontvochtiger effectief te laten zijn, moet deze in een
•
afgesloten ruimte werkzaam zijn.
Sluit alle deuren, ramen en andere uitwendige openingen van de
•
kamer.
Bij de toepassing van het apparaat
Laat de luchtontvochtiger bij het eerste gebruik 24 uur draaien. Zorg
•
ervoor dat de kunststof deksel op de slangaansluiting correct bevestigd
is voor continue werking, zodat dus niets lekt.
Het apparaat is ontworpen om te werken bij een omgevingstemperatuur
•
tussen 5°C/41°F en 35°C/95°F.
Als het apparaat uitgeschakeld wordt en snel weer geactiveerd moet
•
worden, wacht dan ongeveer 3 minuten totdat het normale bedrijf
wordt hervat.
Sluit de luchtontvochtiger niet aan op een meervoudig stopcontact, dat
•
ook wordt gebruikt voor andere elektrische apparaten.
Selecteer een geschikte plaats van opstelling en zorg voor een
•
gemakkelijke toegang tot een stopcontact.
Sluit het apparaat aan op een geaard stopcontact.
•
Zorg ervoor, dat het waterreservoir juist geplaatst is, omdat het systeem
•
anders niet naar behoren functioneert.
OPMERKING: Als het water in het reservoir een bepaald
niveau bereikt heeft, beweeg het apparaat dan voorzichtig,
zodat het niet omvalt.
WERKING VAN HET APPARAAT
40cm of
meer
Luchtuitlaatrooster
20cm of meer
20cm of meer
20cm of meer
40cm of meer
Afb. 4a
Wielen (op vier plaatsen aan de onderkant van het
apparaat)
• De wielen kunnen vrij bewegen.
Schuif de wielen niet over een tapijt en het apparaat
•
niet met water in het reservoir. (Het apparaat kan
omvallen en water lekken.)