Handleiding MEGGER
MIT200-serie isolatieweerstandtesters
®
3. HET VERVANGEN VAN DE BATTERIJEN
Een lage batterijspanning wordt aangegeven door het (
werking van het instrument te waarborgen dienen de batterijen te worden vervangen.
Het instrument gebruikt 6 x 1,5 V batterijen type AA (penlite). Er kunnen zowel alkaline batterijen
worden gebruikt als oplaadbare NiMH batterijen.
Bij het vervangen van de batterijen dient het instrument uitgeschakeld en niet verbonden te zijn met
een elektrisch circuit.
Verwijder de batterijklep aan de achterzijde en vervang de batterijen. Gebruik geen nieuwe en oude
batterijen door elkaar.
LET OP!
Let op de juiste polariteit van de batterijen. Onjuiste polariteit kan batterijlekkage
tot gevolg hebben en het instrument beschadigen.
4. HET VERVANGEN VAN DE ZEKERING
Een defecte zekering wordt aangegeven met het (
te vervangen dient u de batterijklep aan de achterzijde van het instrumkent te verwijderen en de
zekering te vervangen met type 500 mA (F) HBC 50 kA 600 V.
5. REINIGEN VAN HET INSTRUMENT
Reinig het instrument met een vochtige doek met vloeibare zeep of isopropyl alcohol (IPA).
6. SPECIFICATIES
Isolatieweerstand
Nauwkeurigheid testspanning
Nominale testspanning
Meetbereik
Kortsluitstroom
Teststroom op belasting
Nauwkeurigheid (bij 20 °C)
Continuïteitstest
Meetbereik
Nullastspanning
Kortsluitstroom
Nauwkeurigheid (bij 20 °C)
Compensatie meetsnoeren
) symbool in de display. Om een goede
) symbool op de display. Om de zekering
0 tot 25% bij de gespecificeerde gebruikstemperatuur
1.000 V, 500 V en 250 V DC
10 k tot 999 M bij elke testspanning
2 mA (-1 mA, 0 mA)
1 mA bij minimale isolatieweerstandwaarde (zoals aan-
gegeven in BS 7671, EN61557, HD 384 en IEC 364)
± (3% RDG + 2 digits) of ± 30% RDG tussen 200 k
en 10 M
0,01 tot 100 (0 tot 50 op de analoge bargraph)
5 V ± 1 V
205 mA, ± 5 mA (0 tot 10 )
> 20 mA tot 100
±(3% RDG + 2 digits)
0 tot 9
5