3. FUNCTIES EN INDICATIELAMPJES
1. POWER
2. MODE
3. MODE
INDICATOR
4. OMLAAG
5. SWING
6. TIMER
7. SPEED/FAN
Druk op deze knop om het apparaat in- of uit
te schakelen.
Druk op deze knop om de modus van het
apparaat te veranderen, wisselend tussen
koelen, verwarmen, ventileren en
ontvochtigen.
Ledverlichting die modus van het apparaat
aangeeft.
Verlaag de gewenste kamertemperatuur of de
timer.
Verander de blaasrichting van horizontaal
naar verticaal.
Stel een timer in voor het automatisch in- of
uitschakelen van het apparaat.
Verander de snelheid van de ventilator naar
HOOG (groen), MIDDEL (groen) en LAAG
(groen).
PA33 GEBRUIKSAANWIJZING
MOBIELE AIRCONDITIONER
LOKALE AIRCONDITIONERS
16