CB1030
NITRAAT METER
_____________________________________________________________________________________________
1:100 verdunning: mix 99 ml nitraat-vrij water met 1 ml van het monster. Metingen die verkregen
worden met deze mix moeten dan vermenigvuldigd worden met 100 om de nitraat
concentratie van het originele monster te krijgen: b.v. getoonde meting van 63 = 6300 ppm
nitraat.
1:10 verdunning: mix 9 ml nitraat-vrij water met 1 ml van het monster. Metingen die verkregen
worden met deze mix moeten dan vermenigvuldigd worden met 10 om de nitraat concentratie
van het originele monster te krijgen: b.v. getoonde meting van 245 = 2450 ppm nitraat.
5.7
Standaard oplossingen
Standaard oplossingen moeten altijd in een koelkast worden bewaard (4°C of lager), in goed
gesloten flesjes/containers om verdamping of bevuiling te voorkomen en dienen binnen 1
week gebruikt te worden na vervaardiging.
Weeg, om een standaard nitraat oplossing te maken, nauwkeurig 1.63 gram AR grade
Potassium Nitrate in een 100 ml fles (of 16.3 gram in een 1000 ml fles). Vul aan tot 100 ml resp.
1000 ml met gedestilleerd (nitraat-vrij) water. Schud goed: het resultaat is 10,000 ppm.
Doe 10 ml van de 10,000 ppm oplossing in een 100 ml fles en vul aan met gedestilleerd water
(wat resulteert in een 1,000 ppm oplossing), en herhaal dit proces om een 100 ppm oplossing
te krijgen wat gebruikt kan worden om de teststrip batches te standaardiseren, wanneer een
grotere nauwkeurigheid nodig is, zoals beschreven in hoofdstuk 5.4.
6.
HET UITVOEREN VAN EEN METING
1.
Open het klepje – het display toont kort 8888, en vervolgens CAL
2.
Wanneer er al eerder een Lotnummer is geaccepteerd, zal deze knipperen om aan te
geven dat het kan worden aangepast, indien nodig. Zie hoofdstuk 5.4 en 5.5.
• Wanneer er eerder geen Lotnummer is geselecteerd, wordt dit aangetoond door een
knipperende cursor in de rechter bovenhoek van het display. Selecteer nu eerst een
Lotnummer, door gebruik van de
doorgaan.
• Wanneer er eerder geen Lotnummer is geselecteerd en de teststrip batch die gebruikt
wordt niet is "gekarakteriseerd" zoals beschreven in hoofdstuk 5.4, selecteer dan Lot 5: dit
zal het apparaat instellen op een gemiddelde kalibratie.
• Indien Lot 5 al getoond wordt op het display, en de gemiddelde kalibratie acceptabel is,
ga dan verder naar stap 3 hieronder.
• Als er een ander Lotnummer getoond wordt en dit is hetzelfde als het Lotnummer van de
batch die gebruikt gaat worden ga dan verder naar stap 3.
• Selecteer in andere gevallen het Lotnummer door gebruik van de
vervolgens verder naar stap 3.
toetsen, voordat de verdere bediening kan
8
toetsen en ga