Als de motorolie vervuild of verkleurd
is, ververs dan de olie (zie blz. voor
verversingstermijn en -procedure).
4.
Plaats de motorafdekkap en zet deze
goed vast.
Inhoud oliecarter:
1,0 L
...zonder oliefiltervervanging
1,1 L
...met oliefiltervervanging
Vul niet teveel motorolie bij.
Controleer het oliepeil na het vullen.
Als de motor met te veel of te weinig
olie draait, kan dit leiden tot ernstige
motorschade.
Brandstofniveau
DICHT
Controleer de brandstofmeter en vul de
tank zonodig bij tot het bovenste
merkteken. Doe de brandstoftank niet
te vol.
Open de ventilatieknop voordat de
vuldop verwijderd wordt. Als de
ventilatieknop strak vastgedraaid is, zal
de kap moeilijk te verwijderen zijn.
Gebruik loodvrije benzine van 91 RON
of hoger (een benzinepomp octaan
getal van 86 of hoger) Het gebruik van
ONTLUCHTINGSDOP
BRANDSTOFMETER
O
O
P
P
E
E
N
N
TANKDOP
loodhoudende benzine kan schade aan
de motor veroorzaken.
Gebruik geen brandstof waarin olie
vermengd is of vuile brandstof. Houd
de brandstoftank vrij van vuil, stof en
water.
Inhoud brandstoftank (aparte tank):
12 L
CONTROLE VOORAF
51