PVA-1500HE2/PVA-1500T2/SolSensor-300V3
Gebruikershandleiding
De straling, temperatuur en kanteling meten
Bij een grondige evaluatie van de array-prestaties via elke meetmethode moeten de gemeten
gegevens worden vergeleken met een referentiewaarde. Die referentiewaarde kan
bijvoorbeeld afkomstig zijn uit een eenvoudige maximale STC-vermogenswaarde of uit een
gedetailleerd PV-prestatiemodel. In elk geval moet u de straling in het vlak van de array en de
arraytemperatuur kennen om de prestaties van de array goed te kunnen beoordelen ten
opzichte van uw referentiewaarde.
U moet een aantal factoren in overweging nemen om goede meetresultaten te garanderen. Dit
gedeelte biedt de achtergrondinformatie die nodig is om geïnformeerde keuzes te maken voor
uw specifieke toepassing.
Het meten van straling brengt een aantal eisen en uitdagingen met zich mee:
Straling moet worden gemeten in het vlak van de array (POA)
Straling is mogelijk niet gelijkmatig over het oppervlak van de array als gevolg van
schaduw- en albedo-effecten, evenals lokale wolkeffecten
Straling kan snel variëren
Stralingssensoren kunnen een andere spectrumrespons hebben dan de PV-modules zelf
Het zonnespectrum verschuift aanzienlijk vroeg en laat op de dag
De vorm van de I-V-curve van de PV-module verandert bij lage stralingsniveaus
De temperatuurparameter die van belang is voor het PV-model is de gemiddelde temperatuur
van de PV-cellen in de reeks of module die wordt getest. Het bepalen van de gemiddelde
celtemperatuur brengt een aantal uitdagingen met zich mee:
De PV-cel is ingebed in andere materialen, zodat u de celtemperatuur niet kunt meten door
direct contact.
De materialen waarin de PV-cel is geïntegreerd, hebben een slechte thermische geleiding,
waardoor er een aanzienlijke temperatuurdaling kan zijn tussen de cellen en de voor- of
achterzijde van de module.
De temperatuurafwijking tussen de PV-cel en de achterplaat van de module is afhankelijk
van de stellingconfiguratie en ventilatie, evenals de actuele straling.
De temperatuur is niet uniform in een hele PV-module of -array, vanwege variaties in de
stellingconfiguratie en ventilatie.
De temperatuur op een bepaalde locatie kan met de tijd variëren, ook bij constante straling,
als gevolg van convectiestromen en wind.
Een luchtspleet tussen een temperatuursensor aan de achterzijde en het werkelijke
oppervlak aan de achterzijde leidt tot een aanzienlijke temperatuurfout.
Omvangrijke temperatuursensoren, met name grote RTD-apparaten, volgen snelle
temperatuurschommelingen in de module niet.
Problemen met oppervlakken en materiaal beperken de nauwkeurigheid van
infraroodtemperatuurmetingen.
58