8 (22)
Gevaar voor verbrijzeling - De stabiliteit van het aanbouwwerktuig kan
veranderen bij een onjuist gebruik. Probeer het onbevestigde aanbouwwerktuig
niet te verplaatsen door het te duwen of te slepen, maar verplaats het altijd met de
kniklader.
WAARSCHUWING
Vul de bak gelijkmatig zodat het zwaartepunt niet te veel wordt verplaatst en de bak
stabiel blijft. Nivelleer het materiaal in de bak of leeg een ongelijk geladen bak
voordat deze vol is.
Houd het knikpunt in rechte positie bij het verplaatsen van zware lasten. Bij het
draaien van het knikpunt, kan de kniklader voorover kantelen.
Houd u aan de maximumlast die staat aangegeven in de gebruikshandleiding van de
kniklader. Wees met name voorzichtig als de indicator van de laadsensor wordt
geactiveerd, als uw kniklader een laadsensorsysteem heeft.
Zorg ervoor dat het oppervlak de totale last kan dragen. Volg ook de juiste
bandenspanningsinstellingen op.
Zorg ervoor dat er voldoende ruimte boven de kniklader is. Als de kniklader een hoog
geplaatst voorwerp raakt, kan hij kantelen. Houd een veilige afstand van
elektriciteitskabels, lampen of andere elektrische systemen; het raken van onder
stroom staande delen kan een elektrische schok veroorzaken.
Wanneer u de bak ontgrendelt en van de kniklader verwijdert, zorg er dan voor dat
deze niet onverwacht kan bewegen. Leeg het toebehoren eerst en breng het omlaag
op een gelijkmatig oppervlak, om te voorkomen dat het kantelt. Zorg ervoor dat de
bak goed wordt ondersteund tijdens de opslag.
Let goed op de omgeving en op andere personen en machines die in de buurt
bewegen. Let goed op de contouren van het terrein en andere gevaren, zoals takken
en bomen, die dicht bij de bestuurder kunnen komen, losse stenen en gladde
oppervlakken.
Zorg voor voldoende ventilatie als u binnen werkt. Gebruik de kniklader niet in
afgesloten ruimen, los van het motor- of brandstoftype. Uitlaatgassen kunnen zich
concentreren in gevaarlijke niveaus.
Gebruik het hulpstuk nooit om personen op te tillen of of te vervoeren of als
werkplatform, zelfs niet tijdelijk.
Gebruik alleen hulpstukken die in goede staat zijn. Controleer het hulpstuk
regelmatig grondig. Wijzig het hulpstuk niet op een manier die de veiligheid aantast.
Het is verboden om gaten te boren in het hulpstuk, en lassen of andere manieren om
haken of andere voorwerpen op het hulpstuk te bevestigen, zijn streng verboden.
Schakel de kniklader uit en plaats het aanbouwwerktuig op een veilige plaats, zoals
getoond in de Veilige stopprocedure, voordat u reinigings-, onderhouds- of
aanpassingswerkzaamheden uitvoert.
Gebruik het hulpstuk alleen voor het beoogde doel. Een ander gebruik kan onnodige
veiligheidsrisico's met zich meebrengen en de apparatuur kan beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de kniklader is uitgerust met de benodigde veiligheidscomponenten
en dat deze werkend zijn. De veiligheidsriem moet worden gebruikt. Als er specifieke
gevaren zijn met betrekking tot het bedrijfsgebied, gebruik dan de juiste
veiligheidsapparatuur.
Lees ook de veiligheidsinstructies en het correcte gebruik van de kniklader in de
gebruikershandleiding van de kniklader.