Overloopgroep programmeren
1
Druk op c.
Druk op /.
2
Druk op 1.
3
4
Toets de pincode van het basisstation in.
De standaardpincode is 0000.
5
Druk op g.
Druk op ?.
6
Druk op 2.
7
>
In display verschijnt 1
8
Blader met g naar het gewenste (MSN) telefoonnummer.
Druk op 0 t/m 9 voor het selecteren van het telefoonnummer.
9
>
In het display verschijnen de aangemelde handsets en/of
apparaten.
10 Druk op 2 voor het wijzigen.
11 Toets de nummers in van de handsets of apparaten die tot de
eerste groep behoren.
>
De ingetoetste nummers van handsets of apparaten verschij-
nen in het display.
12 Druk op / en toets de nummers in van de handset(s) of
apparaten die tot de tweede groep (overloopgroep) behoren.
13 Druk op g?2 om overige telefoonnummers aan handsets
en/of apparaten toe te wijzen en op te slaan.
14 Druk op c om de instelling op te slaan.
Oproepvertraging programmeren (aantal belsignalen)
1
Druk op c.
Druk op /.
2
Druk op 1.
3
4
Toets de pincode van het basisstation in.
De standaardpincode is 0000.
5
Druk op g.
Druk op ?.
6
Druk op 6.
7
>
In display verschijnt het eerste telefoonnummer.
8
Blader met g naar het gewenste (MSN) telefoonnummer.
Druk op 0 t/m 9 voor het selecteren van het telefoonnummer.
9
>
In het display verschijnt het ingestelde aantal oproepsignalen.
10 Toets het gewenste aantal oproepsignalen 1 t/m 9 in.
11 Druk op g?6 om voor de overige telefoonnummers de
oproepvertraging toe te wijzen en op te slaan.
12 Druk op c om de instelling op te slaan.
met het eerste telefoonnummer.
23