7
Instructies om energie te besparen
7
Instructies om energie te besparen
Zuinig verwarmen
De ketel is zodanig geconstrueerd dat het gasverbruik en de milieubelas-
ting zo laag mogelijk zijn en de behaaglijkheid groot. Overeenkomstig de
actuele warmtebehoefte van de woning wordt de gastoevoer naar de
brander geregeld. Na het bereiken van de gewenste warmtevraag wordt
de brander door de aan-uit-regeling uitgeschakeld.
Inspectie en onderhoud
Om te waarborgen dat het gasverbruik en de milieubelasting over lange-
re tijd zo laag mogelijk blijven, adviseren wij u bij een installateur of de
dienst na verkoop My Service een onderhouds- en inspectiecontract af
te sluiten voor jaarlijkse inspectie en behoefte-afhankelijk onderhoud.
CV-regeling
In Duitsland is conform § 12 van de energiebesparingsrichtlijn (EnEV)
een cv-regeling met kamerthermostaat of weersafhankelijke regelaar en
radiatorkranen voorgeschreven.
Meer informatie kunt u vinden in de bijbehorende installatie- en bedie-
ningshandleiding van de regelaar.
Radiatorkranen
Om te zorgen dat de gewenste kamertemperatuur wordt bereikt, opent
u de thermostaatkranen in de referentieruimte (waar eventueel ook een
bedieningseenheid met ruimtetemperatuurmeting is geïnstalleerd).
Pas, wanneer na langere tijd de temperatuur niet wordt bereikt, kunt u
op de regelaar de gewenste kamertemperatuur veranderen.
De gewenste temperaturen voor de andere ruimten moeten via de be-
treffende thermostaatkranen worden geregeld.
Vloerverwarming
Stel de aanvoertemperatuur niet hoger in, dan de door de fabrikant aan-
bevolen maximale aanvoertemperatuur.
Ventileren
Laat de ramen niet open staan. Anders wordt constant warmte aan de
ruimte onttrokken, zonder dat de kamerlucht noemenswaardig wordt
ververst. Beter is om het raam gedurende korte tijd helemaal open te zet-
ten.
Draai tijdens het ventileren de radiatorkranen dicht.
Sanitaire circulatiepomp
Stel een eventueel aanwezige circulatiepomp voor tapwater via een tijd-
programma in op de individuele behoeften (bijvoorbeeld ochtend, mid-
dag, avond).
12
8
Bedrijfs- en storingsmeldingen
8.1
Weergave van bedrijfs- en storingsmeldingen
Alle veiligheids-, regel- en besturingscomponenten worden elektronisch
bewaakt.
Alle bedrijfstoestanden en storingen worden geregistreerd. Een eendui-
dige code maakt daarbij een eenvoudige diagnose mogelijk door de in-
stallateur aan de hand van de volgende tabel en de handleiding van de
branderautomaat en het regelsysteem.
De bedrijfs- en storingsmeldingen zijn als volgt ingedeeld:
• Bedrijfsmeldingen geven bedrijfstoestanden tijdens normaal bedrijf
aan (pag. 14).
• Blokkerende storingen veroorzaken een tijdelijk uitschakeling van de
cv-installatie. De cv-installatie start automatisch weer op, zodra de
blokkerende storing niet meer aanwezig is.
– Blokkerende storingen worden met storingscode en subcode
continu op het display getoond.
• Vergrendelende storingen hebben een uitschakeling van de cv-instal-
latie tot gevolg. De cv-installatie start pas na een reset.
– Vergrendelende storingen worden met storingscode en subcode
knipperend weergegeven. Bovendien worden deze met een drie-
hoekig storingssymbool gemarkeerd.
Afb. 18 Voorbeeld weergave van een bedrijfscode
[1]
Bedrijfs- of storingscode
[2]
Servicefunctie
[3]
Sub-code
Logano plus GB212 – 6 720 811 213 (2014/04)