product na ieder gebruik zijn
uitgeschakeld.
Veiligheid bij het werken met
gas
• Werk aan gasapparatuur of
gassystemen mag uitsluitend
worden uitgevoerd door
bevoegde gekwalificeerde
personen.
• Voor installatie dient u te
controleren of de
omstandigheden van de
plaatselijke distributie
(gastype en gasdruk) en de
afstelling van het toestel
compatibel zijn.
• Dit toestel is niet verbinden
aan een evacuatietoestel voor
verbrandingsproducten. Het
moet in overeenstemming
met de huidige
installatievoorschriften
worden geïnstalleerd en
aangesloten. Er moet in het
bijzonder worden gelet op de
vereisten betreffende
ventilatie; Zie
pagina 14
• OPGELET: Een
kookgastoestel produceert
hitte, vocht en
verbrandingsproducten in de
kamer waar dit apparaat
wordt gebruikt. Zorg ervoor
dat de keuken goed
Voor installatie,
geventileerd is vooral bij
gebruik van het toestel: zorg
voor een natuurlijke ventilatie
en laat de ventilatieopening
open. Plaats eventueel een
extra ventilatietoestel
(dampkap). Bij langdurig
intensief gebruik van het
apparaat kan aanvullende
ventilatie nodig zijn,
bijvoorbeeld het vergroten
van de mechanische
ventilatie waar deze aanwezig
is.
• Gastoestellen en -systemen
moeten regelmatig worden
gecontroleerd op correct
functioneren. Regelaar, slang
en zijn klem dienen
regelmatig gecontroleerd te
worden en door de fabrikant
binnen aanbevolen termijn of
indien nodig vervangen te
worden.
• Reinig de gasbranders
regelmatig. De vlammmen
horen blauw te zijn en
gelijkmatig te branden.
• Dit product dient te worden
gebruikt in een ruimte die is
uitgerust met een juist
aangepaste en werkende
koolmonoxidesensor. Zorg
ervoor dat de
koolmonoxidesensor correct
5/NL