OPMERKING
Oefen GEEN overdreven kracht uit wanneer u de leidingen
aansluit. Vervormde leidingen kunnen storingen in de unit
veroorzaken.
OPMERKING
▪ Er wordt geadviseerd de afsluiters te monteren op de
aansluitingen voor de ingang en de uitgang van
verwarming van ruimten. De afsluiters moeten ter
plaatse voorzien worden. Deze maken onderhoud aan
de unit mogelijk zonder het hele systeem af te laten.
▪ Voorzie
een
ruimteverwarmingscircuit af te laten of te vullen
OPMERKING
Plaats GEEN kranen/kleppen die het ganse systeem van
afgevers
(radiatoren,
ventilatorconvectoren, ...) meteen afsluiten indien dit de
waterdoorstroming tussen de uitgang en de ingang van de
unit onmiddellijk kan kortsluiten (bijvoorbeeld via een
omloopklep).
Dit
zou
veroorzaken.
1 Sluit de wateringangsaansluiting (Ø22 mm) aan.
2 Sluit de wateruitgangsaansluiting (Ø22 mm) aan.
b
a
a
Waterinlaat
b
Wateruitlaat
c
Afsluiter
d
O-ring
3 Indien de optionele tank voor warm tapwater aangesloten moet
worden, zie de installatiehandleiding van de tank voor warm
tapwater.
OPMERKING
Monteer de ontluchtingsventielen op alle hoge punten.
OPMERKING
Wanneer een optionele tank voor warm tapwater geplaatst
werd: een drukveiligheidsklep (ter plaatse te voorzien) met
een openingsdruk van maximum 10 bar (= 1 MPa) moet
worden geïnstalleerd op de inlaataansluiting koud tapwater
conform de geldende wetgeving.
4.4.2
Het ruimteverwarmingscircuit vullen
Vooraleer het ruimteverwarmingscircuit te vullen, MOET eerst de
gasboiler geïnstalleerd worden.
1 Spoel de installatie grondig om het circuit te reinigen.
2 Sluit de watertoevoerslang aan op het aftappunt (zelf te
voorzien).
3 Schakel de gasboiler in om de drukindicatie op het display van
de boiler te zien.
4 Controleer of het ontluchtingsventiel van de gasboiler en de
warmtepompmodule open staan (minstens 2 draaien).
5 Vul het circuit met water tot het display van de boiler een druk
van ±2 bar (minimaal 0,5 bar) aangeeft.
6 Laat zoveel mogelijk lucht ontsnappen uit het watercircuit.
CHYHBH05+08AA
Daikin Altherma R Hybrid
4P471756-1E – 2019.09
aflaat-/vulpunt
om
het
vloerverwarmingslussen,
anders
een
storing
kunnen
7 Koppel de watertoevoerslang los van het aflaatpunt.
OPMERKING
▪ De aanwezigheid van lucht in het watercircuit kan
storingen veroorzaken. Tijdens het vullen kan wellicht
niet alle lucht uit het circuit worden verwijderd. De
resterende lucht zal tijdens de eerste uren in bedrijf van
het systeem via de automatische ontluchtingsventielen
verwijderd worden. Achteraf kan het nodig zijn extra
water te moeten bijvullen.
▪ Om het systeem te ontluchten, gebruik de speciale
functie
zoals
"6 Inbedrijfstelling"
principe gebruikt worden om de warmtewisselaar van
de tank voor warm tapwater te ontluchten.
4.4.3
De tank voor warm tapwater vullen
Voor de installatie-instructies, zie de installatiehandleiding van de
tank voor warm tapwater.
4.4.4
De waterleidingen isoleren
Alle leidingen in het hele watercircuit MOETEN worden geïsoleerd
om verminderde verwarmingscapaciteit te voorkomen.
Als de temperatuur hoger is dan 30°C en de vochtigheid meer
dan 80% bedraagt, moet het isolatiemateriaal minstens 20 mm dik
zijn om condensatie aan de oppervlakte van de isolatie te
voorkomen.
4.5
De elektrische bedrading
aansluiten
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
WAARSCHUWING
Gebruik
ALTIJD
een
stroomtoevoerkabel.
4.5.1
Elektrische bedrading aansluiten op de
binnenunit
Het is aanbevolen om alle elektrische bedrading te installeren op de
hydrokast alvorens de ketel te installeren.
1 De bedrading moet langs onder in de unit binnenkomen.
2 De bedrading moet in de unit de volgende tracés volgen:
4 Installatie
beschreven
in
hoofdstuk
[ 4 21]. Deze functie moet in
meeraderige
kabel
als
Installatiehandleiding
9