Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

bulex HelioSet 250 SC Gebruiksaanwijzing pagina 11

Inhoudsopgave

Advertenties

Zonneboiler C
De gemengde boilers 250SC bezitten
een volume van vullen ongeveer
252 l. Zij worden uitgerust met twee
warmtewarmtewisselaars.
De thermische zonnewisselaar (8) bevindt
zich onderaan de boiler. Deze wisselaar is
aangesloten op het circuit van de panelen.
De andere warmtewisselaar (7) in het
bovenste deel van de boiler dient voor
de bijverwarming van het water door een
aangesloten bijverwarmingstoestel in het
geval dat er niet genoeg zonneschijn is.
De twee boilervoelers (6) en (9) meten
de temperaturen die aangegeven zijn
op de regelaar (3), die geïntegreerd is
in de boiler. De andere onderdelen die
geïntegreerd zijn in de zonneboiler zijn
de pomp(en) (13) en (15), die instaat
(instaan) voor de circulatie van de
zonnevloeistof in het zonnecircuit, een
veiligheidsgroep (11) en twee vul- en
aflaatkranen (12) en (14). De boiler dient
voor de opslag van sanitair water dat
binnenkomt door de koudwaterleiding (2)
en dat wegloopt door de warmwaterleiding
(5).
Zonnecircuit
Het zonnecircuit omvat 2 panelen (17)
waar de uiteinden van de bovenste
buis aangesloten zijn op de koperen
retourleiding van de zonne-installatie (1).
Het andere uiteinde van deze leiding is
aangesloten op de bovenste aansluiting
van de thermische zonnewisselaar (8). De
onderste aansluiting van de thermische
zonnewisselaar gaat door een deel van
de buizen (10) die geïntegreerd zijn in de
boiler om uit te komen aan de kant van de
0020098202_00 - 02/10 - Bulex
BESCHRIJVING SYSTEEM
aanzuig van de pomp (13). De pomp duwt
de warmtegeleidende vloeistof door de
koperen vertrekbuis (16), die verbonden
is met de aansluiting die zich helemaal
onderaan de panelen (17) bevindt.
De zonnebuizen (10) die geïntegreerd
zijn in de boiler omvatten eveneens vul-
en aflaatkranen (12) en (14) evenals de
veiligheidsgroep (11).
In het zonnecircuit zit een mengeling van
zonnevloeistof en lucht. De zonnevloeistof
bestaat uit een bereiding op basis van een
mengeling van water en glycol en bevat
eveneens inhibitoren. De hoeveelheid
zonnevloeistof die toegevoegd wordt,
moet berekend worden zodat enkel de
zonnewisselaar (8) de zonnevloeistof zou
bevatten wanneer de installatie uitstaat.
De panelen (17) en de leidingen van de
zonne-installatie (1) en (16) bevatten op
dat moment enkel lucht.
Het is niet noodzakelijk een expansievat
te integreren in het zonnecircuit aangezien
het zonnecircuit niet volledig gevuld is
met de zonnevloeistof. Het circuit moet
eerder voldoende lucht bevatten om de
expansie van het volume aan verwarmde
zonnevloeistof te compenseren. De lucht
in het circuit is dus functioneel belangrijk.
Er wordt geen afvoerleiding op de
installatie gemonteerd aangezien de lucht
in de installatie moet blijven.
Werking van de zonne-installatie
Wanneer het temperatuurverschil tussen
De paneelvoeler (18) en de onderste
voeler van de boiler (9) groter is dan
een bepaalde limietwaarde, wordt de
pomp (13) in werking gesteld. Ze duwt
de zonnevloeistof van de thermische
zonnewisselaar (8) door de vertrekleiding
van de koperen zonnebuis (16), door de
panelen (17) en door de retour van de
koperen duobuis (1) om de vloeistof in de
zonnewisselaar van de boiler te injecteren.
- 9 -

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave