2.2 Veiligheidsaspecten
-
De veiligheidsaspecten en pictogrammen in deze gebruikershandleiding evenals de
veiligheidssymbolen op de machine moeten door de gebruiker altijd in acht worden
genomen.
-
De voorgeschreven procedures moeten altijd in de juiste volgorde worden
uitgevoerd.
-
Tijdens werkzaamheden met de machine moet de gebruiker altijd zorg dragen voor
voldoende zicht op de omgeving en de machine. Hij dient ervoor te zorgen dat zijn
aandacht niet van de werkzaamheden wordt weggeleid en dient ten alle tijden te
handelen naar de omstandigheden.
-
Bij iedere beweging van de machine, moet de gebruiker ervan verzekerd zijn dat er
geen personen in de omgeving van de machine bevinden.
-
Het is niet toegestaan dat de machine wordt gebruikt voor het vervoer van mensen.
-
Bij het gebruik van de machine moet er een veiligheidsbril worden gedragen.
-
Bij het gebruik van de machine moet gehoorbescherming worden gedragen.
-
De kleding van de gebruiker moet nauwsluitend zijn, en stevig schoeisel dragen.
-
Alle reparatie, onderhoud, het opheffen van storingen en niet in deze
gebruiksaanwijzing vermelde handelingen mogen uitsluitend door de technicus
worden uitgevoerd.
2.3 Veiligheidsvoorzieningen
De machine is voorzien van een belastingsbeveiliging.
De bediening voor de voor- en achterwaartse beweging moet geactiveerd worden gehouden
voor een beweging. Loslaten van de bediening zal ertoe leiden dat de machine automatisch
stopt.
2.4 Noodsituaties
Er is sprake van een noodsituatie wanneer er acuut gevaar voor de mens, dier en/of machine
optreedt of dreigt op te treden. Indien een noodsituatie zich voordoet moet de gebruiker de
machine tot stilstand brengen en de motor uitschakelen.
Bij beschadiging van de machine of andere situatie waarbij aantasting van delen van de
machine kan zijn ontstaan is het noodzakelijk dat de machine uitgebreid wordt geïnspecteerd.
Alleen op deze manier is te garanderen dat ook na een noodsituatie veilig met de machine kan
worden gewerkt.
9