Positie van het eindstuk
B
Onder (dak)goten, afvoerpijpen of
afvoerbuizen
C
Onder (overhangende) dakranden
D
Onder balkons of afdaken voor
voertuigen
E
Vanuit verticale afvoerbuizen en
afvoerpijpen
F
Vanuit in- of uitwendige hoeken
G
Boven de begane grond, dak- of
balkonhoogte
H
Vanuit een oppervlak voor een eindstuk
I
Vanuit een eindstuk dat naar uit ander
eindstuk afvoert
J
Vanuit een opening in een carport (bijv.
deur, raam) in een woning
K
Verticaal vanuit een eindstuk op
dezelfde muur
L
Horizontaal vanuit een eindstuk op
dezelfde muur
M
Boven een opening, gatensteen,
vensteropening enz.
N
Horizontaal naar een opening,
gatensteen, vensteropening enz.
P
Boven dakhoogte (naar basiseindstuk)
Q
Vanuit een aangrenzende muur naar
rookafvoer
R
Vanuit een aangrenzende
vensteropening
S
Vanuit een ander dakeindstuk
-
Vanuit een buitenrand. Opmerking:
indien het eindstuk recht voor een rand
is, wordt geadviseerd een antipluimkit te
monteren.
T
Eindstukken naast vensters of
openingen op platte of schuine daken:
T1
de rookafvoer mag deze zone NIET
T2
penetreren.
OPMERKING
De fabrikant van de ketel kan niet verantwoordelijk worden
gesteld voor atmosferische omstandigheden bij het
aanbrengen van schoorsteeneindstukken.
VOORZICHTIG
Zodra het schoorsteensysteem is geïnstalleerd en het
apparaat in bedrijf is gesteld, moet de installateur de
richting van de rookpluim in de gaten houden. Er moet
speciale aandacht worden geschonken aan de damp van
de rookpluim die de gasboiler opnieuw binnendringt via de
luchtinlaat. Als dit gebeurt, is het zeer waarschijnlijk dat de
schoorsteen wordt voorzien van een negatief drukgebied
en
daarom
MOET
geplaatst.
7.7.7
Isolatie van de gasuitlaat en luchtinlaat
Condensatie kan zich voordoen aan de buitenzijde van het
pijpmateriaal wanneer de materiaaltemperatuur laag is en de
omgevingstemperatuur hoog met een hoge vochtigheidsgraad.
Gebruik 10 mm vochtbestendig isolatiemateriaal wanneer er risico
op condensatie is.
RHYKOMB33A
ROTEX HPU hybrid gasketelmodule
4P353068-1D – 2016.10
Minimumafsta
nd (mm)
75
200
150
300
600
1200
1500
300
1000
600
2000
600
een
rookpluimbeheerkit
worden
7.7.8
Een horizontaal schoorsteensysteem
plaatsen
Het 60/100 mm horizontaal schoorsteensysteem kan worden
verlengd tot een maximumlengte zoals vermeld in de tabel met
maximale pijplengtes. Bereken de equivalente lengte volgens de
specificaties in deze handleiding.
VOORZICHTIG
Lees de installatiehandleidingen van de ter plaatse te
voorziene onderdelen.
De horizontale schoorsteen MOET geïnstalleerd worden onder een
gradiënt van 3° naar de ketel (50 mm per meter) en MOET worden
ondersteund met ten minste 1 steun op elke lengte van een meter.
De beste aanbevolen positie van de steun is net voor het
koppelstuk.
INFORMATIE
Flexibele schoorsteengasleidingen mogen NIET worden
gebruikt in horizontale aansluitgedeelten.
7.7.9
Een verticaal schoorsteensysteem
plaatsen
Een verticale 60/100 mm schoorsteenkit is ook beschikbaar. Door
beschikbare bijkomende onderdelen van uw ketelleverancier te
gebruiken, kan de kit worden verlengd tot een maximumlengte zoals
vermeld in de tabel met maximale pijplengtes (met uitzondering van
de eerste ketelaansluiting).
VOORZICHTIG
Lees de installatiehandleidingen van de ter plaatse te
voorziene onderdelen.
7.7.10
Rookpluimbeheerkit
Zie de lokale en regionale regelgeving.
7.7.11
Schoorstenen in kruipruimten
Niet van toepassing.
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
7 Installatie
21