N (weergeven) (pagina's 37, 46, 48)
Start of hervat de weergave.
Speelt een diavoorstelling af wanneer een
disc met JPEG-beeldbestanden wordt
geplaatst.
X (pauzeren) (pagina's 37, 46, 48)
Pauzeert of hervat de weergave.
x (stoppen) (pagina's 37, 46, 48)
Stopt de weergave en onthoudt het stoppunt
(hervatpunt).
Het hervatpunt van een titel/muziekstuk is
het laatste punt dat u hebt afgespeeld of de
laatste foto die u hebt bekeken in een
fotomap.
SCENE SEARCH (pagina 41)
Schakelt over naar de scènezoekmodus
waarmee u snelt kunt bladeren door
verschillende scènes binnen de titel die
wordt afgespeeld.
I
(geluidsonderdrukking)
(pagina's 37, 46, 64)
Schakelt het geluid tijdelijk uit.
2 (volume) +/– (pagina's 37, 64)
Past het volume aan.
PROG +/– (pagina 64)
Gaat naar het vorige/volgende kanaal.
c/C
(pagina 64)
Nadat u op
volgende (
kiezen.
t/
(tv-ingang) (pagina 64)
Schakelt de invoerbron van de tv tussen de
tv en andere bronnen.
DISPLAY (pagina 54)
Wijzigt de radio-informatie op het
uitleesvenster op het voorpaneel van de
radiofrequentie naar de zendernaam.
/
(info/teletekst weergeven)
(pagina 64)
Geeft informatie weer.
10
NL
/
hebt gedrukt, kunt u de
) of vorige (
) tekstpagina
c
C