Installatiehandleiding
De temperatuur van het vloeroppervlak begrenzen (enkel van toepassing voor Cf-Rf):
•
Zorg dat de werkelijke temperatuur van het vloeroppervlak wordt weergegeven op het display,
zoals te zien is in
•
Druk de drukknop
display.
•
Druk op de knop hoger/lager
len.
•
Druk kort op de drukknop
•
Druk op de knop hoger/lager
len.
BELANGRIJK!
Omdat de warmteafgifte van de vloer licht kan variëren, afhankelijk van de vloerbedekking, met een
onnauwkeurige temperatuurmeting tot gevolg, kan het nodig zijn om de instelling van de max. en min.
temperatuur van het vloeroppervlak op basis hiervan aan te passen. Het is belangrijk om de aanbevelin-
gen van de vloerproducent met betrekking tot de maximale temperatuur van het vloeroppervlak altijd
te volgen. We raden aan om bij vloerverwarmingscircuits gebruik te maken van menginjectie om een
constante watertemperatuur te garanderen. Een correcte instelling van de stromingstemperatuur zorgt
niet alleen voor een minimaal energieverbruik, maar elimineert ook het risico op overmatige warmteover-
dracht naar de vloer.
6. Configuratie
6.1 Motoruitgangen
activeer de uitgangsmodus op de Cf-MC hoofdregelaar (fig. 20/22):
•
gebruik de menukiezer
•
activeer de uitgangsmodus door op oK
selecteer de uitgangsconfiguratie:
•
Druk op de uitgangselectieknop
uitgangsleds zullen branden – die hieronder staan vermeld:
•
1 led: de uitgangen worden geconfigureerd met nC-motoren met aan/uit-regeling.
•
2 leds: de uitgangen worden geconfigureerd met no-motoren met aan/uit-regeling.
•
3 leds: de uitgangen worden geconfigureerd met nC-motoren met pulsbreedtemodulatiere-
geling (PBM) voor vloerverwarming (standaard) .
•
4 leds: de uitgangen worden geconfigureerd met no-motoren met pulsbreedtemodulatiere-
geling (PBM) voor vloerverwarming .
•
5 leds: er is een afstandsbediening geïnstalleerd en het is niet mogelijk om de instellingen
van de Cf-MC hoofdregelaar te wijzigen .
•
activeer de geselecteerde uitgangsconfiguratie door op oK
NB! In periodes zonder uitgangactiveringen voert de CF-MC Hoofdregelaar om de 2 weken een pro-
gramma voor ventielbeweging uit dat tot 12 minuten duurt. Het configureren van individuele uitgangen
is mogelijk via de CF-RC Afstandsbediening; zie de betreffende handleiding.
6.2 Relais voor pomp- en ketelsturing
activeer de relaismodus op de Cf-MC hoofdregelaar (fig. 20):
•
gebruik de menukiezer
•
activeer de relaismodus door op oK
selecteer de relaisconfiguratie (fig. 20/22):
•
Druk op de uitgangselectieknop
uitgangsleds zullen branden – die hieronder staan vermeld:
•
geen leds: de relais worden niet gebruikt.
•
1 led: pompsturing.
•
2 leds: ketelsturing.
•
3 leds: pomp- en ketelsturing.
•
4 leds: pompsturing met start/stopvertraging van 2 min.
•
5 leds: pomp- en ketelsturing met start/stopvertraging van 2 min. op pomp (standaard).
•
activeer de geselecteerde relaisconfiguratie door op oK
NB! Als het pomprelais actief is, voert de CF-MC Hoofdregelaar elke 3
weging uit dat een minuut duurt.
Meer relaisconfiguraties zijn mogelijk via de CF-RC Afstandsbediening (zie de betreffende handleiding).
Danfoss Heating Solutions
CF-MC Hoofdregelaar
.
in en houdt deze ingedrukt tot SET MAX wordt weergegeven op het
om de maximale temperatuur van het vloeroppervlak in te stel-
. set Min wordt weergegeven op het display.
om de minimale temperatuur van het vloeroppervlak in te stel-
om de uitgangsmodus te selecteren. uitgangsled
en schakel tussen de mogelijke relaisconfiguraties
om de relaismodus te selecteren. De relaisled
te drukken. De relaisled
en schakel tussen de mogelijke relaisconfiguraties
VIUHK810
te drukken. De uitgangsled
te drukken.
te drukken.
dag een programma voor pompbe-
e
knippert.
gaat branden.
knippert.
gaat branden.
02/2013
– de
– de
9