Isoleren van de leidingen
Het buiten- en binnengedeelte van het watercircuit moeten worden
geïsoleerd om condensvorming tijdens het koelen en een
verminderde koel- en verwarmingscapaciteit te voorkomen.
Lokale bedrading
De bedrading ter plaatse en de montage van de
componenten moeten worden uitgevoerd door een
erkend elektricien en in overeenstemming zijn met de
geldende Europese en nationale reglementeringen.
De bedrading ter plaatse moet worden uitgevoerd in
overeenstemming met het bedradingsschema dat met
de unit is meegeleverd en met de onderstaande
instructies.
Gebruik een afzonderlijke voeding. Deel dus nooit
een voeding met een ander toestel.
Zorg voor een aarding. Aard het toestel niet op een
nutsleiding, een spanningsbeveiliging of een telefoon-
aarding.
Onvolledige
schokken veroorzaken.
Installeer een aardlekschakelaar. Deze unit bevat een
inverter, m.a.w. er moet een aardlekschakelaar wor-
den gebruikt die geschikt is voor elektrische ruis met
hoge frequenties, om storingen aan de aardlek-
schakelaar zelf te voorkomen.
Gebruik een alpolige schakelaar met een contact-
scheiding van minstens 3 mm in alle polen.
Interne bedrading - Tabel met onderdelen
Raadpleeg het intern elektrisch schema dat met de unit is mee-
geleverd (binnenkant bovenpaneel unit). De gebruikte afkortingen
hebben de volgende betekenis.
Toegankelijke schakelkast
A1P ........................Hoofdprintplaat
A2P ........................Printplaat digitale controller (binnen)
E5H ........................Verwarmingslint (alleen modellen met
verwarmingslint (optie OP10))
E6H ........................Lokaal geleverd verwarmingslint (alleen
modellen met verwarmingslint (optie OP10))
FU1 ........................Zekering 3,15 A T 250 V
FU2 ........................Zekering 5 A 250 V (alleen modellen met
verwarmingslint (optie OP10))
K1M........................Relais (alleen modellen met verwarmingslint
(optie OP10))
M1P........................Pomp
Q1DI.......................Aardlekschakelaar
R1T ........................Thermistor warmtewisselaar uitlaatwater
R3T ........................Thermistor koelmiddelzijde
R4T ........................Thermistor inlaatwater
S1L.........................Debietschakelaar
S1M........................Hoofdschakelaar
SS2 ........................DIP-schakelaar
TR1 ........................Transformator 24 V voor printplaat
X10A, X15A............Connector
X17A~X20A............Connector
X1A, X2A................Connector
X4A, X5A................Connector
X7A, X8A................Connector
X3M........................Klemmenstrook
Montagehandleiding
8
aarding
kan
elektrische
Niet-toegankelijke schakelkast
AC1, AC2............... Connector
E1, E2.................... Connector
FU1........................ Zekering 30 A 250 V
FU2, FU3 ............... Zekering 3,15 A 250 V
HR1, HR2 .............. Connector
L............................. Stroomvoerend
L1R ........................ Reactievat
LED A .................... Controlelampje
M1C ....................... Compressormotor
M1F ....................... Ventilatormotor
MRC/W .................. Magneetrelais
MRM10,MRM20 .... Magneetrelais
N ............................ Spanningsvrij
PCB1,2 .................. Printplaat
PM1 ....................... Voedingsmodule
Q1L........................ Overbelastingsbeveiliging
R1T~R3T ............... Thermistor
S2~S102................ Connector
SA2........................ Overspanningsbeveiliging
SHEET METAL ...... Klemmenstrook vaste plaat
SW1....................... Gedwongen werkingsschakelaar
SW4....................... Lokale instelschakelaar
U, V, W, X11A......... Connector
V2,V3,V5,V6,V11... Varistor
X1M, X2M.............. Klemmenstrook
Y1E........................ Spoel elektronische expansieklep
Y1R........................ Spoel elektromagnetische omkeerklep
Z1C~Z4C ............... Ferrietkern
Opmerkingen
............... Lokale bedrading
................. Klemmenstrook
......................... Connector
......................... Aansluitklem
.......................... Aardsluitingsbeveiliging
(1) Dit bedradingsschema geldt alleen voor de buitenunit.
(4) Sluit de beveiligingen Q1L, S1L niet kort om de unit te laten
functioneren.
BLK
: Zwart
GRY
BLU
: Blauw
PNK
BRN
: Bruin
ORG
GRN
: Groen
RED
Richtlijnen lokale bedrading
Zorg er bij het bevestigen van kabels in de unit voor dat ze
de pomp of koelmiddelleiding niet raken.
Apparatuur conform met EN/IEC 61000-3-12
De lokale bedrading van de unit dient te worden aangebracht op
de klemmenstrook in de schakelkast. Om toegang te krijgen tot
de klemmenstrook, dient u het bovenpaneel van de unit en het
servicepaneel van de schakelkast te verwijderen, zie
van de unit" op pagina
3.
Aan de zijkant van de schakelkast zijn bevestigingen voor kabel-
binders voorzien. Bevestig alle kabels met behulp van kabel-
binders voor trekontlasting.
(1) Europese/Internationale Technische Norm die de beperkingen vastlegt
voor harmonische stromen geproduceerd door apparatuur die is aan-
gesloten op openbare laagspanningssystemen met een ingangsstroom
>16 A en ≤75 A per fase.
Bedrijfsklare luchtgekoelde ijswaterkoelgroepen en bedrijfsklare
: Grijs
VIO
: Paars
: Roze
WHT
: Wit
: Oranje
YLW
: Geel
: Rood
(1)
EWAQ+EWYQ005~007ACV3P
omkeerbare lucht-water warmtepompen
4PW33165-1F
"Openen