27 Opname-instellingen
•
ISO 1600: Voor het fotograferen van bewegende objecten of om opnamen te maken bij een lage
belichting zonder de flitser te gebruiken.
AE-meting
Met de instelling AE-meting kunt u het gebied van het onderwerp of kader
selecteren dat de camera gebruikt om het licht te meten. Gebruik de
navigatieknoppen omhoog/omlaag om de opties te selecteren: Er zijn drie
lichtmetingsinstellingen beschikbaar:
•
MATRIX (standaard): de camerameting is ingesteld voor het
evalueren van 16 zones van objecten met een intelligente weging in
het kader.
•
CENTRAAL GEWOGEN: De meting plaatst meer nadruk op het midden van het beeld terwijl u
nog steeds naar de volledige scène kijkt.
•
PUNT: de lichtmeting van de camera is ingesteld voor de helderheid van één onderwerp in het
midden van het beeld.
Kleur
Met de instelling Kleur kunt u foto's maken en verschillende kleuren of
kleurtonen toepassen voor een artistiek effect. Gebruik de navigatieknoppen
Omhoog/Omlaag om de opties te selecteren: Er zijn vier kleurinstellingen
beschikbaar:
•
LEVENDIG
•
KLEUR (Standaard)
Scherpte
Met de instelling Scherpte kunt u de fijnere details van uw foto's verbeteren.
Gebruik een hogere instelling voor zeer scherpe foto's en een lagere instelling
voor een foto met zachte tinten. Gebruik de navigatieknoppen Omhoog/
Omlaag om de opties te selecteren: Er zijn drie scherpte-instellingen
beschikbaar:
•
HOOG
•
NORMAAL (Standaard)
Verzadiging
Met de instelling Verzadiging kunt u de verzadiging van de kleuren in uw
foto's aanpassen. Gebruik een hoge verzadigingsinstelling voor rijke kleuren
Het menu Opname
•
ZWART-WIT
•
SEPIA
•
LAAG
MATRIX
CENTRAAL GEWOGEN
PUNT
AE-METING
LEVENDIG
KLEUR
ZWART-WIT
SEPIA
KLEUR
HOOG
NORMAAL
LAAG
SCHERPTE
HOOG
NORMAAL
LAAG
VERZADIGING