8 INGANGSKEUZETOETSEN: Deze toetsen selecteren de actieve
ingang naar de NAD C 356BEE en het signaal dat naar de luidsprekers,
hoofdtelefoons en de PRE OUT-uitgangen wordt gezonden. De toetsen
op de afstandsbediening hebben dezelfde functies als deze toetsen.
Wanneer u deze selecteert, gaat de bijbehorende ingangs-LED-
indicator die is ingebed in de rand van de betreffende ingangstoets
blauw branden.
MP (MEDIA PLAYER): Hiermee wordt een lijnniveau-bron die op de
MP-aansluitingen is aangesloten, als actieve ingang geselecteerd.
Als een externe Media Player op de MP-aansluiting op het voorpaneel
wordt aangesloten (met een 3.5mm stereostekker) terwijl u naar een
MP-bron op lijnniveau luistert, wordt de externe Media Player direct
geselecteerd en de MP-bron op lijnniveau onmiddellijk afgesloten. Het
wordt aanbevolen het volume te onderdrukken, of naar een andere
ingang over te schakelen alvorens het externe snoer van de Media
Player aan of af te sluiten.
CD: Hiermee wordt de CD-speler (of andere lijnniveau-bron) die op de
CD-aansluitingen is aangesloten, als actieve ingang geselecteerd.
TUNER: Selecteert de tuner (of een ander bron op lijnniveau) die als de
actieve ingang is aangesloten op de tuner-aansluitingen.
DISC/MDC: Hiermee wordt een lijnniveau-bron die op de DISC-
aansluitingen is aangesloten, als actieve ingang geselecteerd. Als
een als optie verkrijgbare MDC-module (MDC - Modular Design
Construction) is geïnstalleerd, is de DISC-ingang uitgeschakeld en is de
MDC-bron geselecteerd als de actieve ingang.
AUX: Hiermee wordt een lijnniveau-bron die op de AUX-aansluitingen
is aangesloten, als actieve ingang geselecteerd.
TAPE 2: Selecteert TAPE 2 als de actieve ingang.
TAPE MONITOR: Selecteert de uitgang vanaf een taperecorder
bij het afspelen van tapes of het bewaken van opnames die via de
aansluitingen TAPE MONITOR worden gemaakt.
TAPE MONITOR is een tape-bewakingsfunctie waarmee de huidige
ingangsselectie niet wordt opgeheven. Indien bijvoorbeeld de
CD-speler de actieve ingang is wanneer TAPE MONITOR wordt
geselecteerd, dan blijft het CD-signaal geselecteerd en wordt het naar
de aansluitingen TAPE 2 en TAPE MONITOR OUTPUT gestuurd, maar het
is het geluid van de recorder die op TAPE MONITOR is aangesloten, die u
via de luidsprekers hoort. Behalve de LED TAPE-MONITOR die brandt ter
aanduiding dat deze is ingeschakeld, blijft ook de LED-indicator voor de
actieve ingang verlicht.
9 TONE DEFEAT (TOONDEMPING): De toonknoppen worden met deze
toets in- of uitgeschakeld. Wanneer deze is ingeschakeld (LED-indicator
TONE DEFEAT (TOONDEMPING) is verlicht), worden de circuits voor de
Toonregeling kortgesloten. De circuits voor de Toonregeling zijn actief
wanneer de LED-indicator TONE DEFEAT (TOONDEMPING) niet brandt.
BEDIENINGSELEMENTEN
10 TOONREGELINGEN: De C 356BEE beschikt over bedieningselementen
voor lage en hoge tonen (BASS en TREBLE) om de klank van uw
installatie in te stellen en in evenwicht te houden. De 12 uur-stand is
'plat' zonder dat de klank wordt geboost of afgesneden en deze stand
wordt aangeduid d.m.v. een pal. Draai het bedieningselement naar
rechts om de lage (Bass) of hoge (Treble) tonen te verhogen. Draai het
bedieningselement naar links om de lage of hoge tonen te verlagen. De
toonbedieningselementen hebben geen invloed op de opnames die
via de TAPE-uitgangen worden opgenomen maar hebben toch invloed
op het signaal dat naar de voorversterkeruitgangen (PRE OUT 1 en PRE
OUT 2) wordt gevoerd.
11 BALANCE: De BALANCE-regeling past het relatieve niveau van het
linker- en rechterluidsprekers aan. De 12 uur-stand zorgt voor een
evenwichtig niveau tussen de linker- en rechterkanaal. Deze stand
wordt met een pal aangeduid. Door de regelknop naar rechts te
draaien, verschuift het evenwicht naar rechts. Door de regelknop naar
links te draaien, verschuift het evenwicht naar links. De BALANCE-
regeling hebben geen invloed op de opnames die via de TAPE-
uitgangen worden opgenomen maar hebben toch invloed op het
signaal dat naar de voorversterkeruitgangen (PRE OUT 1 en PRE OUT 2)
wordt gevoerd.
12 VOLUME: De VOLUME-regeling past de algehele sterkte aan van de
signalen die naar de luidsprekers of de hoofdtelefoon worden gestuurd.
Door naar rechts te draaien kiest u een hogere volume-instelling;
door naar links te draaien kiest u een lagere volume-instelling. De
VOLUME-regeling hebben geen invloed op de opnames die via de
TAPE-uitgangen worden opgenomen maar hebben toch invloed op het
signaal dat naar de voorversterkeruitgangen (PRE OUT 1 en PRE OUT 2)
wordt gevoerd.
VOORPANEEL
7