3. SOURCE SELECTOR SWITCH – Met deze schakelaar wordt de gewenste
weergavebron voor elk kanaal geselecteerd. Per kanaal kan één bron gelijktijdig
geselecteerd worden. Om een draaitafel te kunnen gebruiken moet deze schakelaar in
de "phono" positie staan.
4. PAN CONTROL – De balansregelaar voor ieder kanaal. Met deze regelaar wordt
bepaald hoeveel van het linker signaal of rechter signaal er naar de linker Master of
rechter Master uitgang wordt gestuurd.
5. CHANNEL GAIN CONTROL – Deze draaiknop bedient het ingangssignaal van een
kanaal. Gebruik de gain control nooit om het uitgangssignaal in te stellen. Het goed
instellen van het ingangssignaal verzekerd een onvervormd helder uitgangssignaal. Een
foutieve gain instelling veroorzaakt een vervormd signaal en kan uiteindelijk schade aan
de luidsprekers veroorzaken. Volg de volgende stappen voor het goed instellen van het
ingangssignaal:
6. CHANNEL EQ SECTION –
CHANNEL TREBLE CONTROL – Deze knop wordt gebruikt om het hoge tonen niveau
van het kanaal in te stellen met een maximale signaalversterking van +12dB of een
maximale signaalverzwakking van -30dB. Door de knop tegen de richting van de klok te
draaien wordt de hoeveelheid hoge tonen van het kanaal verzwakt, door de knop met de
richting van de klok mee te draaien wordt de hoeveelheid hoge tonen van het kanaal
versterkt.
CHANNEL MIDRANGE CONTROL – Deze knop wordt gebruikt om het midden tonen
niveau van het kanaal in te stellen met een maximale signaalversterking van +12dB of
een maximale signaalverzwakking van -30dB. Door de knop tegen de richting van de klok
te draaien wordt de hoeveelheid midden tonen van het kanaal verzwakt, door de knop
met de richting van de klok mee te draaien wordt de hoeveelheid midden tonen van het
kanaal versterkt.
CHANNEL BASS CONTROL – Deze knop wordt gebruikt om het lage tonen niveau van
het kanaal in te stellen met een maximale signaalversterking van +12dB of een maximale
signaalverzwakking van -30dB. Door de knop tegen de richting van de klok te draaien
wordt de hoeveelheid lage tonen van het kanaal verzwakt, door de knop met de richting
van de klok mee te draaien wordt de hoeveelheid lage tonen van het kanaal versterkt.
7. CHANNEL VOLUME LEVEL INDICATORS – De LED indicators naast de EQ sectie van
het kanaal tonen het niveau van het ingangssignaal. Gebruik deze indicator ter controle
voor een gemiddeld uitgangssignaal van +4dB uit te sturen. Een constant gemiddeld
uitgangsniveau van +4dB zorgt voor een helder onvervormd uitgangssignaal.
8. MASTER VOLUME LEVEL INDICATORS – De twee LED indicators geven het niveau
van het Master uitgangssignaal van het linker en het rechter kanaal gedetailleerd weer.
9. MASTER OUTPUT BALANCE CONTROL – Met deze regelaar wordt de balans van het
uitgangssignaal ingesteld m.a.w., hoeveel van het signaal wordt naar de linker uitgang en
hoeveel wordt naar de rechter uitgang gestuurd. Voor een optimale stereo weergave
dient de knop in de 12uur positie te staan.
10. AUX 3 INGANG – Deze Aux ingang kan gebruikt worden voor een MP3 speler. Het
ingangsvolume wordt geregeld met de fader van kanaal 3.
11. BNC AANSLUITING – Deze aansluiting is bedoeld om een zwanenhalslampje zoals
bijvoorbeeld de American Audio Mini LED zwanenhalslamp te voeden met een 12V DC
spanning.
12. POWER SWITCH – Dit is de aan/uit schakelaar voor de netspanning van het apparaat.
Een blauwe LED naast de netschakelaar licht op wanneer de netspanning is
©American Audio® -
1. De MASTER VOLUME CONTROL (17) is ingesteld op 8.
2. Stel de CHANNEL FADER (25) in op level 8.
3. Start weergave van een audiobron die is aangesloten op het in te
stellen kanaal.
4. Stel het uitgangsvolume met gebruik van de GAIN CONTROL in op
+4 dB.
5. Herhaal deze stappen voor elk kanaal.
www.americanaudio.eu
– Q-2422 PRO – Gebruikershandleiding pagina 10