Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
Frontklep openen (Afb. 2)
• De frontklep wordt geopend door een sleufschroevendraaier in de
deksel-uitsparing bovenaan en onderaan te steken en voorzichtig
hiermee te wrikken.
• Als de frontklep geopend is, moeten de ESD vereisten nageleefd
worden.
• Na de instelling moet de frontklep teruggeplaatst worden.
Elementen pas aanraken nadat ze elektrisch ontladen zijn!
13 23 33 61
13 23 33 61
13 23 33 61
43 53
Y1
A1 S11 S12 X5 X3
A1 S11 S12 X5 X3
A1 S11 S12 X5 X3
X2 Y2
X1
U
B
U
i
K1
SRB 504ST
K2
K3
K4
A2 S21 A1. 1 S22
A2 S21 A1. 1 S22
A2 S21 A1. 1 S22
X4 S32
S31
14 24 34 62
44 54
Y3
14 24 34 62
14 24 34 62
Afb. 1
Afb. 2
De hybride zekering resetten
• De hybride smeltveiligheid van de veiligheidsmodule kan gereset
worden door de bedrijfsspanning uit- en terug in te schakelen of door
een druk op de drukknop S1.
• De drukknop S1 bevindt zich onder de frontdeksel van de
veiligheidsmodule (Afb. 2 en 3).
S1
Afb. 3
4
43 53
43 53
Y1
Y1
X2 Y2
X2 Y2
X1
X1
U
U
B
B
U
U
i
i
K1
K1
SRB 504ST
SRB 504ST
K2
K2
K3
K3
K4
K4
X4 S32
X4 S32
S31
S31
44 54
44 54
Y3
Y3
5.3 Opmerkingen
Signaaluitgangen (Afb. 4)
• De ingangscircuits worden via de signaaluitgangen Y1 (kanaal 1) en
Y2 (kanaal 2) gesignaleerd.
• De hybride smeltveiligheid van de veiligheidsmodule kan gereset
worden door de bedrijfsspanning uit- en terug in te schakelen of door
een druk op de drukknop S1.
• De drukknop S1 bevindt zich onder de frontdeksel van de
veiligheidsmodule.
• De toestand van de hybride smeltveiligheid wordt via signaaluitgang
Y3 gesignaleerd. Als de hybride smeltzekering niet bediend is, staat
Y3 onder spanning.
+24 V
F2
Y1
Y2
Y3
Afb. 4
6. Gebruik en onderhoud
6.1 Functietest
De veiligheidsfunctie van de veiligheidsmodule moet getest worden.
Hierbij moet vooraf het volgende gegarandeerd zijn:
1. Bevestiging
2. Juiste uitvoering van de bedrading en de aansluitingen
3. Eventuele schade aan de behuizing van de veiligheidsmodule
4. Elektrische functie van de aangesloten sensoren en hun invloed op
de veiligheidsmodule en de nageschakelde actoren
6.2 Onderhoud
Wij raden een regelmatige visuele inspectie en functietest aan, inclusief
de volgende stappen:
1. Correcte bevestiging van de veiligheidsmodule controleren
2. Voedingskabel op eventuele beschadigingen controleren
3. Elektrische functie controleren
Het toestel moet volgens de Verordening op de Industriële
Veiligheid regelmatig en minstens 1 × jaar geïnspecteerd
worden.
Beschadigde of defecte componenten moeten onmiddellijk
vervangen worden.
7. Demontage en afvalverwijdering
7.1 Demontage
De veiligheidsmodule mag uitsluitend in spanningsloze toestand
gedemonteerd worden.
De behuizing aan de onderkant naar boven drukken en een beetje naar
voren gekanteld, uitnemen.
7.2 Afvalverwijdering
De veiligheidsrelaismodule moet op een correcte manier volgens de
geldende nationale voorschriften en wetgevingen afgevoerd worden.
NL
SRB 504ST