•
Schakel de motor uit en trek de bougie-
dop eraf:
-
alvorens blokkeringen los te maken of
verstoppingen in het grasuitworpka-
naal te verhelpen
-
als het mes ergens op is gestoten. Het
mes moet worden gecontroleerd op
eventuele beschadigingen
-
alvorens de maaier te controleren,
schoon te maken of werkzaamheden
eraan uit te voeren zoals bijv. het ver-
stellen van de maaihoogte
-
als de maaier ongewoon sterk begint
te vibreren. Onmiddellijke controle is
geboden
-
als u bij de maaier wegloopt
-
alvorens bij te tanken
•
Let op het nalopen van het mes; tot stil-
stand duurt dit enkele seconden.
•
Plaatselijke bepalingen kunnen de minim-
umleeftijd van de gebruiker vastleggen.
•
Om brandgevaar te voorkomen dient u
motor, uitlaat en battereijhouder vrij van
gras en bladeren te houden.
•
Om veiligheidsredenen mag de
grasmaaier uitsluitend bij hellingen tot
max. 25° worden gebruikt.
25°
0478 107 9321 J - NL
Onderhoud en reparaties
Trek vóór alle werkzaamheden
aan de grasmaaier de bougie-
dop eraf. Voer uitsluitend
onderhoudswerkzaamheden uit
die staan beschreven in de bedieningshand-
leiding.
Ga voor alle andere werkzaamheden naar
de VIKING-klantendienst. Gebruik uitsluitend
originele onderdelen. Dat geldt in het
bijzonder voor messen.
Let bij het vervangen van het
snijgereedschap op het juiste type
snijgereedschap.
•
Zorg ervoor dat alle moeren, pennen en
bouten altijd goed vast zitten zodat de
maaier zich in een veilige bedrijfstoestand
bevindt.
•
Mochten het mes of de grasmaaier op
een hindernis of op een steen o.i.d. zijn
gestoten, dan moet de maaier worden
afgezet en moet er een deskundig onder-
zoek worden uitgevoerd.
•
Controleer regelmatig de grasopvangin-
richting op slijtage of vermindering van de
werking.
•
Vervang om veiligheidsredenen versleten
of beschadigde onderdelen.
Waarschuwing: benzine is giftig en uiterst
brandbaar
•
Bewaar benzine uitsluitend in de daar-
vóór bedoelde tanks.
•
Tank alleen buiten bij en rook niet tijdens
het bijvullen.
•
Benzine moet vûûr het starten van de
motor worden bijgevuld. Terwijl de motor
loopt of bij een hete machine mag de
tankdop niet worden geopend of benzine
worden bijgevuld.
•
Indien er benzine is overgelopen, mag
niet worden geprobeerd om de motor te
starten. In plaats daarvan moet de machi-
ne worden verwijderd van de plaats waar
de benzine is gemorst. Wacht met starten
tot de benzinedampen zijn vervluchtigd
(droogvegen).
•
Om veiligheidsredenen moeten de benzi-
netank en de tankdop bij beschadiging
worden vervangen.
•
Laat beschadigde uitlaatpotten vervan-
gen.
•
Bewaar de machine nooit met benzine in
de tank in een gebouw waarin mogelijker-
wijs benzinedampen in aanraking kunnen
komen met open vuur of vonken of kun-
nen ontbranden.
•
Laat de motor afkoelen alvorens u de
maaier in gesloten ruimten wegzet.
3