Voor een zo stabiel mogelijke verbinding, raden
wij aan om de verbinding via LAN-kabel te
maken. Bij gebruik van de LAN-functie moet de
WLAN-stick worden verwijderd.
(NL: Serienummer)
(NL: Binnenunit*)
(NL: Af te lezen van het typebordje)
(NL: Buitenunit*)
(NL: Af te lezen van het typebordje)
(NL: Activeringscode)
(NL: Af te lezen in het bedieningsgedeelte
(menu Basisinformatie))
(NL: Installatie-locatie)
(NL: Adres / nr.*)
(NL: Postcode*)
(NL: Plaats*)
(NL: Weerstation)
(NL: Installatie-aanduiding)
(NL: toevoegen)
(NL: * Verplichte velden)
Afb. 17: Smart-Control Touch unit toevoegen
Serienummer binnenunit
1
Het serienummer van de binnenunit kunt u aflezen
op het typeplaatje van de binnenunit, dat zich bij
wandapparaten achter de voorste klep en bij pla-
fondcassettes onder de filterklep bevindt.
Serienummer buitenunit
2
Het serienummer van de buitenunit kunt u aflezen
op het typeplaatje van de buitenunit, dat zich vaak
nabij de afdekking voor de elektrische aansluiting
bevindt.
Activeringscode
3
De activeringscode wordt bij een actieve internet-
verbinding op de Smart-Control Touch onder infor-
matie ⇒ Basisinformatie ⇒ Status weergegeven.
1
Installatie-locatie
4
De opstellingslocatie van de installatie wordt
gebruikt voor de exacte lokalisatie van de instal-
2
latie, zo dat door de Smart-Control Touch automa-
tisch een weerstation in directe nabijheid kan
worden geselecteerd.
3
Weerstation
5
Het weerstation wordt aan de hand van de opstel-
lingslocatie automatisch gedefinieerd. De weerge-
gevens kunnen vervolgens in de overzichtsweer-
gave onder het punt Weerinformatie worden
bekeken.
4
Installatie-aanduiding
6
Een installatie-aanduiding kan hier optioneel
worden ingevoerd om het overzicht bij meerdere
4
apparaten te vereenvoudigen.
4
5
6
Afb. 18: Vervolgkeuzemenu
(NL: Apparaatoverzicht)
(NL: Klantgegevens)
13