Werkingsbereik
(Zie afbeelding 3)
Bij werking buiten de volgende condities kunnen beveiligingen in
werking worden gesteld, waardoor de airconditioner kan stilvallen of
de binnenunit condens kan afgeven.
Het insteltemperatuurbereik van de afstandsbediening is 16°C-32°C.
(DB=droge bol, WB=natte bol,
° C
binnen,
=buiten,
=temperatuur,
Voorzorgsmaatregelen bij groepsbesturing of besturing
met twee afstandsbedieningen
Behalve individuele besturing (één afstandsbediening bestuurt één
binnenunit), biedt dit systeem nog twee andere besturingssystemen.
Controleer
het
volgende
besturingssystemen is uitgerust:
■
Groepsbesturing
Eén afstandsbediening bestuurt tot 16 binnenunits.
Alle binnenunits krijgen dezelfde instelling.
■
Besturing met twee afstandsbedieningen
Eén binnenunit met twee afstandsbedieningen (in geval van
groepsbesturingssysteem, één groep binnenunits). De unit
wordt individueel bestuurd.
LET OP
Raadpleeg uw verdeler als u de combinatie of
instelling van groepsbesturing en besturing met twee
afstandsbedieningen wenst te wijzigen.
Bedieningsprocedure
■
Raadpleeg de bij de afstandsbediening geleverde
gebruiksaanwijzing.
■
Als een functie die niet beschikbaar is wordt
geselecteerd, verschijnt de melding NOT AVAILABLE.
■
De bedieningsprocedure verschilt tussen het model
met warmtepomp en het model met directe koeling.
Neem contact op met uw dealer om het systeemtype
te bevestigen.
■
Schakel de hoofdvoeding 6 uur voor de inwerking-
stelling in om de unit te beschermen.
■
Als de hoofdvoeding tijdens de werking wordt
uitgeschakeld zal de unit automatisch herstarten
nadat de voeding terug is ingeschakeld.
Stel de temperatuur in binnen het bereik vermeld
LET OP
onder
"Werkingsbereik" op pagina
Optimale werking
Neem volgende voorzorgsmaatregelen in acht om voor een optimale
werking van het systeem te zorgen.
■
Benut de functie voor de regeling van de luchtstroomrichting ten
volle.
Aangezien koude lucht bij de grond en warme lucht eerder boven
blijft hangen, stelt u de luchtstroomrichting voor het koelen of het
drogen best in zodanig dat de lucht parallel met het plafond wordt
uitgeblazen en naar omlaag voor het verwarmen.
Zorg er echter wel voor dat de lucht niet rechtstreeks op de
personen in de kamer wordt geblazen.
■
Pas de kamertemperatuur aan zodat u een aangename
omgeving creëert. Voorkom overmatig koelen of verwarmen.
Het kan even duren alvorens de kamertemperatuur de
ingestelde
temperatuur
timermogelijkheden gebruiken.
■
Zorg ervoor dat de kamer bij het koelen niet wordt blootgesteld
aan direct zonlicht met behulp van gordijnen of rolluiken.
■
Verlucht de kamer regelmatig. Wanneer u de unit lange tijd
gebruikt, moet de kamer goed worden verlucht.
=koeling,
=verwarming,
=vochtigheid)
als
uw
unit
met
één
3.
bereikt.
U
kunt
hiervoor
■
Gebruik de airconditioner niet wanneer een insectendodend
middel in de ruimte wordt verspreid.
Wanneer dit voorschrift niet wordt nageleefd, zouden de
chemische stoffen zich in de unit kunnen afzetten, met gevaar
voor de gezondheid van zeer gevoelige personen.
■
De deuren en ramen moeten gesloten blijven. Als de ramen en
deuren openblijven zal er lucht uit de kamer wegvloeien en het
koel- en verwarmingseffect verminderen.
=
■
Nooit voorwerpen in de buurt van de luchtinlaat en de
luchtuitlaat van de unit plaatsen. Dat kan een efficiënte werking
aantasten of de werking doen stoppen.
■
Schakel de hoofdvoeding uit als u het systeem langere tijd niet
zal gebruiken. Zolang de schakelaar is ingeschakeld zal het
systeem elektriciteit verbruiken. Schakel daarom de hoofd-
voeding uit om energie te besparen. Schakel de hoofdvoeding
weer in 6 uur vooraleer het systeem weer in werking te stellen,
dit om een vlotte werking te verzekeren. (Raadpleeg
van
die
"Onderhoud" op pagina
■
Wanneer
LUCHTFILTER)
gekwalificeerd servicetechnicus de filters reinigen. (Raadpleeg
"Onderhoud" op pagina
Gebruik de airconditioner voor geen andere doeleinden.
Gebruik de unit niet voor het koelen van precisie-
instrumenten, voedsel, planten, dieren of kunstwerken, om
kwaliteitsvermindering te voorkomen.
Onderhoud
VOORZICHTIG
■
■
■
■
■
■
■
■
de
3.)
"
"
(REINIGINGSTIJD
op
het
scherm
3.)
Het onderhoud mag alleen worden uitgevoerd door
bevoegd servicepersoneel.
Alle voedingscircuits moeten zijn onderbroken voordat
u aan de klemmen begint te werken.
Wanneer u de airconditioner of het luchtfilter wilt
schoonmaken, moet u de unit eerst stilleggen en alle
voedingen uitschakelen.
Anders dreigt u elektrische schokken en letsel op te
lopen.
Was de airconditioner niet met water.
Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
Wees voorzichtig met stellingen.
Ga voorzichtig te werk wanneer u op een hoogte
werkt.
Controleer na langdurig gebruik of de stander en
fitting niet beschadigd zijn. Als deze beschadigd zijn,
kan de unit vallen en letsel veroorzaken.
Raak de lamellen van de warmtewisselaar niet aan.
Deze lamellen zijn scherp en kunnen snijwonden
veroorzaken.
Vergeet
voor
het
schoonmaken
warmtewisselaar
niet
ventilatormotor, afvoerpomp en debietschakelaar te
verwijderen.
De
isolatie
componenten kan door water of schoonmaakmiddel
worden aangetast, waardoor deze componenten
kunnen doorbranden.
VOOR
HET
verschijnt,
moet
een
van
de
de
besturingskast,
van
de
elektronische
3