STOPWATCH
De stopwatch maakt het mogelijk de verstreken
tijd, tussentijden en twee finishtijden te meten.
• Het bereik van de stopwatch op het display is 59
minuten en 59,99 seconden.
• De stopwatchmeting loopt door, opnieuw
beginnend vanaf 0 nadat de limiet bereikt is,
totdat u deze stopt.
• De stopwatchmeting loopt door zelfs als u de stopwatchfunctie verlaat.
• Als u de stopwatchfunctie verlaat terwijl een tussentijd op het display
bevroren is, wordt de tussentijd verwijderd en keert u terug naar de
verstreken tijdmeting.
• Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in de
stopwatchfunctie, die u selecteert door op C te drukken.
ALARMEN
U kunt vijf onafhankelijke dagelijkse alarmen
instellen. Als een alarm is ingeschakeld, klinkt het
alarm als de alarmtijd bereikt is. Een van de alarmen
is een wekalarm terwijl de andere vier eenmalige
alarmen zijn. U kunt ook een uursignaal inschakelen
waarna het horloge elk heel uur twee keer een signaal
geeft.
• Er zijn zes alarmschermen in de alarmfunctie. Vier zijn voor de
eenmalige alarmen (aangegeven door de nummers AL1 t/m AL4), een is
voor het wekalarm (aangegeven door SNZ) en een voor het uursignaal
(aangegeven door SIG).
• Alle bedieningen in deze sectie worden uitgevoerd in de alarmfunctie,
die u selecteert door op C te drukken.
Een alarmtijd instellen
1. In de alarmfunctie, gebruik D om door de
alarmschermen te bladeren totdat het alarm
waarvan u de tijd wilt instellen getoond wordt.
• Om een eenmalig alarm in te stellen, toon een van de schermen
aangegeven door AL1 t/m AL4. Om het wekalarm in te stellen, toon
het scherm aangegeven door SNZ.
• Het wekalarm herhaalt zich elke vijf minuten.
2. Nadat u een alarm geselecteerd heeft, houd A ingedrukt totdat de
uurcijfers van de alarmtijd beginnen te knipperen, wat aangeeft dat het
instelscherm geselecteerd is.
• Door deze bediening wordt het alarm automatisch ingeschakeld.
3. Druk op C om het knipperen tussen de instelling van het uur en de
minuten te verplaatsen.
4. Als een instelling knippert, gebruik D (+) en B (-) om deze te wijzigen.
• Als u de alarmtijd instelt met gebruikmaking van de 12-uur weergave,
let er dan op dat u de tijd correct als ochtendtijd (geen indicator) of
middag/avondtijd (P indicator) instelt.
5. Druk op A om het instelscherm te verlaten.
Alarm bediening
Het alarm klinkt op de ingestelde tijd gedurende ongeveer 20 seconden,
ongeacht de functie waarin het horloge zich bevindt. In het geval van een
wekalarm wordt de alarmoperatie elke vijf minuten, in totaal zeven keer,
uitgevoerd, totdat u het alarm uitschakelt.
• Alarm- en uursignaalbedieningen worden uitgevoerd in
overeenstemming met de digitale tijd van de tijdfunctie.
• Door op een willekeurige knop te drukken stopt het alarm.
• Door een van de volgende bedieningen uit te voeren gedurende een 5-
minuten interval tussen wekalarmen stopt de huidige wekalarmoperatie.
Het tijdfunctie instelscherm tonen.
Het SNZ instelscherm tonen.
Het alarm testen
In de alarmfunctie, houd D ingedrukt om het alarm te laten klinken.
Een alarm in- en uitschakelen
1. In de alarmfunctie, gebruik D om een alarm
te selecteren.
2. Druk op A om het alarm in (ON getoond) of
uit (OF getoond) te schakelen.
• Door een eenmalig alarm (AL1 t/m AL4)
in te schakelen, wordt de alarm-aan-
indicator op het alarmfunctie-scherm
getoond.
• Door een wekalarm (SNZ) in te schakelen, wordt de alarm-aan-indicator
en de wekalarm-aan-indicator op het alarmfunctie-wekalarmscherm in
alle andere functies getoond.
• Als een willekeurig alarm is ingeschakeld, wordt de alarm-aan-indicator
in alle functies (behalve de alarmfunctie) op het display getoond.
• De alarm-aan-indicator knippert als het alarm klinkt.
• De wekalarm-aan-indicator knippert gedurende de 5-minuten-intervallen
tussen de alarmen.
Het uursignaal in- en uitschakelen
1. In de alarmfunctie, gebruik D om het
uursignaal (SIG) te selecteren.
2. Druk op A om deze in (ON getoond) of uit
(OF getoond) te schakelen.
• De uursignaal-aan-indicator wordt op het
uursignaalscherm van de alarmfunctie en in
alle andere functies getoond als het
uursignaal is ingeschakeld.
DISPLAYVERLICHTING
De achtergrondverlichting maakt gebruik van
een elektronisch paneel waardoor het gehele
display verlicht wordt voor een gemakkelijke
aflezing in het donker. De automatische
lichtschakelaar schakelt automatisch de
achtergrondverlichting aan als u het horloge
naar uw gezicht draait.
• De automatische lichtschakelaar moet worden ingeschakeld (getoond
door de automatische-lichtschakelaar-aan-indicator) om geactiveerd te
kunnen worden.
• Zie "Displayverlichting voorzorgsmaatregelen" voor meer belangrijke
informatie.
Het display verlichten
In een willekeurige functie, druk op B om het display te verlichten.
• Door bovenstaande bediening wordt de verlichting ingeschakeld
ongeacht de huidige instelling van de automatische lichtschakelaar.
• U kunt de onderstaande bediening gebruiken om een verlichtingsduur
van een seconde of drie seconden te kiezen. Als u op B drukt blijft het
display gedurende een seconde of drie seconden verlicht, afhankelijk van
de huidige instelling van de verlichtingsduur.
De verlichtingsduur specificeren
1. In de tijdfunctie, houd A ingedrukt totdat de
seconden beginnen te knipperen, wat aangeeft
dat het instelscherm geselecteerd is.
2. Druk negen keer op C zodat het verlichtingsduur-instelscherm getoond
wordt.
3319-3