EX65 Explosieveilige straler
4
Installatie
Dit hoofdstuk behandelt de installatierichtlijnen voor de EX65. Het is van belang dat deze
stappen in acht worden genomen.
WAARSCHUWING!
Schakel de spanning naar het apparaat niet in in een omgeving met explosiegevaar, tenzij de
behuizing volledig is geïnstalleerd, de doppen op de voorzijde en de achterzijde zijn
vastgedraaid en alle openingen afdoende zijn afgesloten en afgedicht. Sluit de voeding af
alvorens onderhoud uit te voeren of het apparaat te demonteren.
Stel op basis van de vereisten voor explosieveiligheid van de plaats van de installatie de
geschikte installatiemethode vast en volg alle plaatselijke richtlijnen en wetten. Houd tijdens
de installatie rekening met het volgende:
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Bosch Security Systems, Inc.
Het wordt aanbevolen vóór de installatie de fotocelgevoeligheid en de stralersterkte in te
stellen. Wijzig de instellingen alleen wanneer dit echt noodzakelijk is, omdat deze af
fabriek optimaal zijn geconfigureerd. Zie Paragraaf 6 Configuratie, Pagina 21.
De einddop aan de achterzijde van het apparaat moet worden verwijderd om toegang te
krijgen tot de interne elektronica. De schroefbouten op de doppen zijn vastgedraaid in de
fabriek. Het is eenvoudiger de einddop aan de voorzijde te verwijderen wanneer de
zonnekap is verwijderd.
Controleer bij het vastdraaien van de einddoppen of de schroefdraden schoon zijn en zijn
ingevet met Jet-Lube® NCS-30 of een vergelijkbaar product.
Controleer vóór het vastdraaien van de einddoppen of de O-ringen schoon zijn en zijn
ingevet met Molykote® BG 20 (van Dow Corning) of een vergelijkbaar product.
Zorg dat alle 3/4-inch NPT-pluggen stevig zijn vastgedraaid in de 3/4-inch NPT-
kabeldoorvoeropeningen en zijn afgedicht met LA-CO Slic-Tite® pasta met PTFE
(aanbrengen volgens de instructies van de fabrikant op het etiket).
Zorg dat het apparaat correct is bekabeld en afgedicht met een kabeldoorvoerafdichting
of een wartel en een kabel geschikt voor de bedoelde omgeving. Gebruik LA-CO Slic-Tite®
pasta met PTFE-schroefdraadafdichtmateriaal op alle schroefdraden van de
kabeldoorvoer of wartel.
Volg bij het aanbrengen van vet en pasta nauwgezet de instructies van de fabrikant van
het desbetreffende product.
Als gebruik wordt gemaakt van kabelwartels, dan moeten deze zijn gecertificeerd voor
ATEX en IECEx-gecertificeerd voor Ex d IIB Gb en Ex tb IIIB Db IP67 van minimaal 85 °C.
Alle ongebruikte kabeldoorvoeropeningen moeten beschikken over een 3/4-14 inch NPT-
afdichtplug gecertificeerd voor klasse I, groep C en D; Klasse II, groep E, F en G en klasse
III; Klasse I, zone 1, AEx d IIB; AEx tD 21; Ex d IIB; DIP A21 voor gevaarlijke locaties
(geleverd bij het apparaat).
Ongebruikte kabeldoorvoeropeningen moeten worden afgesloten met de meegeleverde
kabeldoorvoerplug.
De maximumtemperatuur aan het oppervlak van het apparaat zal nooit hoger zijn dan
85°C indien gebruikt binnen omgevingstemperaturen van –50°C tot 60°C.
Als het apparaat wordt gestart onder -40°C, dan kan een vertraging optreden.
Het verbindingsstuk tussen de aansluiteenheid en de behuizing is permanent geborgd via
een schroefdraadvergrendeling. Dit verbindingsstuk mag niet worden verwijderd, omdat
de vlamweg dan beschadigd kan raken.
Het apparaat is getest op slagvastheid volgens 2 J. Het apparaat moet worden
geïnstalleerd op een plaats waar het niet wordt blootgesteld aan slagen of stoten.
Gebruik voor omgevingstemperaturen onder –10°C een aansluitdoos die geschikt is voor
de minimale omgevingstemperatuur.
Instructiehandleiding
Installatie | nl
17
F.01U.162.949 | 1.0 | 2011.03