3.2
Batterijstroom
Het apparaat kan tevens worden
gebruikt op batterijstroom. Hiervoor
maakt het apparaat gebruik van acht
batterijen (maat C).
i
● Batterijen worden niet bij het
apparaat meegeleverd.
● Batterijen zijn niet nodig voor
normale bediening.
Plaatsen van de batterijen
● Verwijder het batterijdeksel.
● Plaats de batterijen in overeenstemming met de (+) en (-)
polariteitsmarkeringen.
● Plaats het batterijdeksel terug.
VOORZICHTIG
!
Verkeerde plaatsing van batterijen kan lekkage van of roestvorming
op de batterijen veroorzaken en het apparaat beschadigen.
In geval van roestvorming, oxidatie, lekkende batterijen en andere
soortgelijke defecten waarbij geleidelijk zuur gevormd wordt, komt
de garantie te vervallen.
APRC21U
19