Tastsensor 4 Komfort
(i)
Programmeerknop
(j)
Tastsensor
(k)
Doosschroeven
Het apparaat moet in een luchtdichter apparatuurdoos worden gemonteerd. Anders kun-
nen temperatuur- en vochtmetingen door tocht negatief worden beïnvloed.
■
Draagring (h) op de juiste plaats op een apparatuurdoos monteren.
Let op markering TOP = boven.
Meegeleverde doosschroeven (k) gebruiken.
■
Inbedrijfnametuimelschakelaars van de tastsensor aftrekken.
De tastsensor wordt met inbedrijfname-tuimelschakelaars geleverd. De bij de tastsensor
passende tuimelschakelaars moeten apart worden besteld (zie accessoires).
■
Tastsensor (j) met KNX aansluitklem op KNX (g) aansluiten (rood = +, zwart = -).
■
Optioneel: Externe sensor (zie accessoires) op aansluitklem (d) aansluiten.
■
Tastsensor (j) op draagring (h) steken.
■
Tastsensor (j) met de geïntegreerde borgschroeven (e) aan de draagring vastschroeven.
Aanhaalmoment max. 0,8 Nm.
■
Optioneel: Borgschroeven (e) met de stickers die bij de tuimelschakelaarset worden gele-
verd, afdekken (allen bij de apparaatvarianten 2-voudig en 4-voudig).
De tastsensor kan in gebruik worden genomen.
Fysiek adres programmeren voordat de tuimelschakelaars worden gemonteerd.
■
Tuimelschakelaars (a) vastklikken.
Het apparaat is bedrijfsklaar.
7.2 Inbedrijfname
Fysiek adres en toepassingsprogramma programmeren
Projectering en inbedrijfname met ETS vanaf versie 5.6.
De programmeerknop (i) bevindt zich onder de bovenste tuimelschakelaar.
Voorwaarde: het apparaat is aangesloten en bedrijfsklaar.
De bovenste tuimelschakelaar is gedemonteerd.
■
Programmeermodus activeren: programmeerknop (i) indrukken.
De status-LEDs 1 en 2 knipperen rood. De programmeermodus is geactiveerd.
■
Fysiek adres programmeren.
De status-LED's 1 en 2 keren naar de vorige toestand terug. Fysiek adres is geprogram-
meerd.
■
Applicatieprogramma programmeren.
Tijdens de programmering van het applicatieprogramma worden alle status-LEDs uitge-
schakeld. Zodra de programmering met succes is afgesloten, voeren de status-LEDs hun
ingestelde functie uit.
Bij ontladen applicatieprogramma gaan alle status-LEDs bij aangesloten busspanning
eerst wit branden. Elke knopbediening leidt tot verandering van de lichtkleur van de bijbe-
horende status-LEDs (wit → rood → groen → blauw → geel → cyaan → oranje → paars → wit
→ ...).
8
Technische gegevens
KNX
KNX medium
32401902
10866576
16.10.2019
TP256
4 / 6