•
Bevestig de antennes verder van elkaar af om de prestaties te verbeteren.
•
Plaats antennes zodanig dat er geen obstakels zijn tussen de antenne en de zender (inclusief het publiek).
•
Houd de antennes weg van metalen objecten en andere antennes.
•
Gebruik alleen reverse SMA-kabels met lage verliezen om een slecht rf-signaal te voorkomen.
◦
Raadpleeg de kabelspecificaties en bereken het signaalverlies voor het gewenste kabeltraject.
•
Gebruik altijd een ononderbroken kabel van de antenne naar de ontvanger om signaalbetrouwbaarheid te verhogen.
•
Voer altijd een 'rondlooptest' uit om de dekking te controleren alvorens een draadloos systeem te gebruiken voor een toe-
spraak of optreden. Experimenteer met de antenneplaatsing om de optimale positie te bepalen. Breng indien nodig een
markering aan op 'probleemplekken' en vraag sprekers of artiesten om die gebieden te vermijden.
Systeem instellen
Belangrijk: schakel voordat u begint alle ontvangers en zenders uit. Schakel telkens niet meer dan één zender/ontvanger-
paar tegelijk in om kruiskoppeling te voorkomen.
1.
Schakel een ontvanger in.
2.
Druk op en houd de knop Groep ingedrukt om een groep te selecteren (indien nodig). Druk als de groep al is ingesteld
op de knop Kanaal om te scannen naar het beste beschikbare kanaal.
3.
Schakel een zender in. De blauwe RF LED gaat knipperen terwijl de ontvanger aan de zender wordt gekoppeld. Wan-
neer de koppeling met succes tot stand is gebracht, blijft de RF LED continu oplichten. de zender en ontvanger blijven
voor toekomstig gebruik gekoppeld.
Herhaal stappen 1-3 voor elke aanvullende ontvanger en zender. Denk eraan om elke ontvanger op dezelfde groep in te stel-
len.
Opmerking: wanneer er na het selecteren van een kanaal koppeltekens op het groeps- en kanaaldisplay verschijnen, geeft dit aan dat er geen beschikbare
frequenties binnen de geselecteerde groep zijn. Kies een groep die meer ontvangers ondersteunt en herhaal de koppelingsstappen.
Ontvangers en zenders handmatig koppelen
1.
Schakel een zender in.
2.
Houd de knop 'Koppelen' ingedrukt tot de zender-LED groen wordt en gaat knipperen.
3.
Houd de knop 'Koppelen' op de ontvanger ingedrukt. De blauwe RF-LED gaat knipperen en blijft vervolgens continu
branden wanneer de koppeling is ingesteld.
4.
Test de audio om de koppeling te verifiëren.
Twee zenders aan een ontvanger koppelen
Er kan maar één zender tegelijkertijd actief zijn om kruiskoppeling te voorkomen. De versterkingsinstellingen voor elke zender
kunnen onafhankelijk worden ingesteld en opgeslagen wanneer de zender actief is.
Belangrijk! U dient de gekoppelde zenders nooit tegelijkertijd in te schakelen en te gebruiken. Schakel beide zenders uit voor-
dat u begint.
1.
Druk op de knop 'group' om een groep te selecteren. De ontvanger scant automatisch de geselecteerde groep om het
beste, beschikbare kanaal te vinden.
2.
Schakel zender 1 in en koppel deze aan de ontvanger. Stel de versterking in en schakel vervolgens de zender uit.
3.
Schakel zender 2 in en druk op en houd de knop Koppelen ingedrukt op de zender en de ontvanger om de apparaten
te koppelen. Stel de versterking in en schakel vervolgens de zender uit.
Shure Incorporated
15/39