• Plaats het projectiescherm op een afstand van 1 tot 10 m van de projector.
• Controleer of de lens van de projector moet worden gereinigd.
• Wanneer de projector op een computer is aangesloten, stelt u de beeldschermresolutie
van de computer in op dezelfde resolutie als de projector: 800 × 600 of 1024 × 768
(zie "Specificaties" op pagina 69). Als de computer over meerdere monitoren
beschikt, stelt u de resolutie in van de monitor die aan de projector is toegewezen.
• Als een computer via de S-videopoort is aangesloten, kan de beeldresolutie niet zo
hoog zijn als de resolutie van de monitor.
Het beeld wordt ondersteboven of gespiegeld weergegeven:
• De positie van de projector is verkeerd ingesteld. Druk op enter, ga naar Setup >
Advanced Setup > Projector position en selecteer de juiste positie-instelling.
Het beeld is te klein of te groot:
• Draai aan de bovenkant van de projector aan de zoomring.
• Vergroot of verklein de afstand tussen de projector en het scherm.
• Druk op de projector of op de afstandsbediening een of meerdere keren op de knop
Beeldmodus
instellen.
• Druk op enter en ga naar Picture > Customize picture mode > Stretch. Probeer de
verschillende instellingen.
• Als het bronapparaat een breedbeeldsignaal uitzendt, gaat u als volgt te werk: druk
op enter, ga naar Input en probeer de optie Widescreen input op Yes in te stellen. Als
het bronapparaat geen breedbeeldsignaal uitzendt, stelt u deze optie in op No.
De zijden van het beeld lopen schuin:
• Zet de projector zodanig neer dat het beeld zo veel mogelijk midden op het scherm
wordt weergegeven.
• Druk op de knop keystone op de projector, totdat beide zijden verticaal lopen.
Het beeld is uitgerekt:
• Druk op de projector of op de afstandsbediening een of meerdere keren op de knop
Beeldmodus
kunt instellen.
• Druk op enter en ga naar Picture > Customize picture mode > Stretch. Probeer de
verschillende instellingen.
• Als het bronapparaat een breedbeeldsignaal uitzendt, gaat u als volgt te werk: druk
op enter, ga naar Input en probeer de optie Widescreen input op Yes in te stellen. Als
het bronapparaat geen breedbeeldsignaal uitzendt, stelt u deze optie in op No.
, om te zien of u met een van de beeldmodi de juiste beeldgrootte kunt
en controleer of u met een van de beeldmodi het juiste beeldformaat
Suggesties voor het oplossen van problemen
63