6 Elektrische installatie
1 Vul het systeem met stikstofgas tot op een manometerdruk van
minstens 200 kPa (2 bar). Het is aanbevolen de druk tot
3000 kPa (30 bar) te verhogen om kleine lekken te vinden.
2 Test op lekkages door de bubbeltestoplossing op alle
verbindingen aan te brengen.
3 Verwijder alle stikstofgas.
5.2.2
Vacuümdrogen
OPMERKING
▪ Sluit de vacuümpomp aan op zowel de servicepoort
van de gasafsluiter als de servicepoort van de
vloeistofafsluiter voor een betere efficiëntie.
▪ Zorg ervoor dat de gasafsluiter en vloeistofafsluiter
goed gesloten zijn alvorens over te gaan tot de lektest
of het vacuümdrogen.
1 Vacumeer het systeem tot de druk op het verdeelstuk −0,1 MPa
(−1 bar) aangeeft.
2 Wacht 4-5 minuten en controleer de druk:
Indien de druk...
Niet verandert
Stijgt
3 Vacumeer het systeem minstens 2 uur tot een meterdruk van
−0,1 kPa (–1 bar).
4 Controleer na het uitschakelen van de pomp de druk gedurende
minstens 1 uur.
5 Indien u het beoogd vacuüm NIET kunt bereiken of het vacuüm
NIET gedurende 1 uur kunt bewaren, doe dan het volgende:
▪ Controleer opnieuw op lekken.
▪ Vacuümdroog opnieuw.
OPMERKING
Vergeet niet om na de installatie van de koelmiddelleiding
en het vacuümdrogen de afsluiters te openen. Wanneer u
het systeem probeert te gebruiken met gesloten afsluiters
kan de compressor schade oplopen.
5.3
Koelmiddel vullen
5.3.1
Bepalen hoeveel koelmiddel moet worden
bijgevuld
Indien de totale
lengte van de
leiding...
≤10 m
Voeg GEEN koelmiddel bij.
>10 m
R=(totale lengte (m) van de
vloeistofleiding–10 m)×0,020
R=Bijkomende vulling (kg) (afgerond in
eenheden van 0,01 kg)
INFORMATIE
De leidinglengte is de lengte van de leidingen gerekend
volgens één richting.
Installatiehandleiding
10
Dan...
Er zit geen vocht in het
systeem. Deze procedure is
voltooid.
Er zit vocht in het systeem. Ga
verder met de volgende stap.
Dan...
5.3.2
Extra koelmiddel bijvullen
WAARSCHUWING
▪ Gebruik uitsluitend R32 als koelmiddel. Andere stoffen
kunnen ontploffingen en ongelukken veroorzaken.
▪ R32 bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het heeft een
aardopwarmingsvermogen (GWP) van 675. Laat deze
gassen NIET vrij in de atmosfeer.
▪ Gebruik
bij
het
beschermende handschoenen en een veiligheidsbril.
Vereiste: Zorg ervoor dat de koelmiddelleidingen zijn aangesloten
en gecontroleerd (lektest en vacuümdrogen) alvorens de unit met
koelmiddel te vullen.
1 Sluit de koelmiddelfles aan op de onderhoudspoort van de
gasafsluiter.
2 Vul de nodige hoeveelheid koelmiddel bij.
3 Open de afsluiters.
5.3.3
Het label voor gefluoreerde
broeikasgassen aanbrengen
1 Vul het label als volgt in:
Contains fluorinated greenhouse gases
RXXX
1
=
f
GWP: XXX
2
=
2
1
+
1
2
=
GWP × kg
=
1000
a
Als bij de unit een meertalig label voor gefluoreerde
broeikasgassen is geleverd (zie accessoires), neemt u de
gewenste taal en kleeft u ze op a.
b
Koelmiddelvulling af fabriek: zie naamplaatje van de unit
c
Bijgevulde hoeveelheid koelmiddel
d
Totale hoeveelheid koelmiddel
e
Hoeveelheid gefluoreerde broeikasgassen van de
totale koelmiddelvulling uitgedrukt in ton CO
f
GWP = Globaal opwarmingspotentieel
OPMERKING
De geldende wetgeving met betrekking tot gefluoreerde
broeikasgassen vereist dat de koelmiddelvulling van de
unit wordt aangegeven zowel in gewicht als in CO
equivalent.
Formula om de hoeveelheid in ton CO
berekenen:
GWP-waarde
koelmiddelvulling [in kg] / 1000
Neem de GWP-waarde van het label voor bijvullen van
koelmiddel.
2 Breng het label aan op de binnenkant van de buitenunit. Er is
plaats voorzien voor het label op de afbeelding met het
bedradingsschema.
6
Elektrische installatie
GEVAAR: RISICO OP ELEKTROCUTIE
vullen
van
koelmiddel
ALTIJD
a
kg
b
kg
c
d
kg
e
tCO
eq
2
-equivalent.
2
-equivalent te
2
koelmiddel
×
totale
ERRA08~12E
Daikin Altherma 3 R MT
4P708481-1 – 2023.02
-
2