Bedieningshandleiding
Veiligheidsmodule
24 14 13 31
X1
S22 S12 A1
S32 S42
X2 A2
S31
S41
32 42
Afb. 1
Vanwege het werkingsprincipe van de elektronische
zekering moet de gebruiker controleren of er bij circuits
zonder resetknop (automatische reset) geen kans op
een onverwachte start ontstaat.
6. Gebruik en onderhoud
6.1 Functietest
De veiligheidsfunctie van de veiligheidsmodule moet getest worden.
Hierbij moet vooraf het volgende gegarandeerd zijn:
1. Bevestiging
2. Juiste uitvoering van de bedrading en de aansluitingen
3. Eventuele schade aan de behuizing van de veiligheidsmodule
4. Elektrische functie van de aangesloten sensoren en hun invloed
op de veiligheidsmodule en de nageschakelde actoren
6.2 Onderhoud
Wij raden een regelmatige visuele inspectie en functietest aan,
inclusief de volgende stappen:
1. Correcte bevestiging van de veiligheidsmodule controleren
2. Voedingskabel op eventuele beschadigingen controleren
3. Elektrische functie controleren
Het toestel moet volgens de Verordening op de Industriële
Veiligheid regelmatig en minstens 1 × jaar geïnspecteerd
worden.
Beschadigde of defecte componenten moeten onmiddellijk
vervangen worden.
7. Demontage en afvalverwijdering
7.1 Demontage
De veiligheidsmodule mag uitsluitend in spanningsloze toestand
gedemonteerd worden.
De behuizing aan de onderkant naar boven drukken en een beetje
naar voren gekanteld, uitnemen.
7.2 Afvalverwijdering
De veiligheidsrelaismodule moet op een correcte manier volgens de
geldende nationale voorschriften en wetgevingen afgevoerd worden.
4
SRB 202CS / SRB 202CS/T / SRB 202CA /
SRB 202CA/T / SRB 202CA/Q / SRB 202CA/QT
8. Bijlage
8.1 Aansluitvoorbeelden
Het voorbeeld toont een tweekanalige aansturing van een
noodstopcircuit met twee contacten A en B en van een
veiligheidsdeurbewaking met twee contacten C en D, waarvan
minstens een gedwongen verbrekend contact, met externe
resetknop
(met betrekking tot uitschakelniveau 1) (Afb. 2)
J
• Vermogensvlak: tweekanalige aansturing, geschikt voor
contactversterking of contactvermenigvuldiging via externe relais
met gedwongen schakelende contacten.
• De sturing herkent kabelbreuken en aardlekken in het bewakingscircuit.
•
= Terugkoppeling
S
24 VDC
J
A1
X1
S12
S22
S41
S42
S31 S32
a)
F1
UB
Ui
K1
K2
K3
K4
A2
Afb. 2: SRB 202CS, 202CS/ T
a) Besturing
Het voorbeeld toont een tweekanalige aansturing van een
noodstopcircuit met twee contacten A en B en van een
veiligheidsdeurbewaking met twee contacten C en D, waarvan
minstens een gedwongen verbrekend contact, met externe
resetknop
(met betrekking tot uitschakelniveau 1) (Afb. 3)
J
• Vermogensvlak: tweekanalige aansturing, geschikt voor
contactversterking of contactvermenigvuldiging via externe relais
met gedwongen schakelende contacten.
• De besturing van de noodstopcircuits herkent kabelbreuken en
aardlekken (dwarssluitingen in de modellen SRB 202CA/QT en
SRB 202 CA/Q). De besturing van de deurbewakingscircuits herkent
kabelbreuken, aardlekken en dwarssluitingen.
•
= Terugkoppeling
S
Kanaal B van SRB 202CA/Q en SRB 202CA/QT: 0 V – S22
(zie Afb. 4
24 VDC
J
A1
X1
S12
S22
S43
S44
S31 S32
a)
F1
UB
Ui
K1
K2
K3
K4
A2
Afb. 3: SRB 202CA, 202CA/T, SRB 202CA/Q, SRB 202CA/Q T
a) Besturing
NL
L1
X2
13
31
K1
K3
K1
K2
K3 K4
K4
K2
K
14
24
32
42
C
K
D
K
K
K
K
K
B
A
C
D
A
K
B
N
L1
X2
13
31
K1
K3
K1
K2
K3 K4
K2
K4
K
14
24
32
42
C
K
D
K
K
K
K
K
B
A
C
D
A
K
B
N
S
K
C
K
D
S
K
C
K
D