teren, zodat evt. roet en condens in de kachel
belanden. Zie voor verandering van de rookgas-
afvoer van een boven- naar een achterafvoer fig.
1-8 op blz. 18. Bij installaties waar de schoors-
teen door het plafond wordt gevoerd dient vol-
daan te worden aan de lokaal geldende regels
m.b.t. afstand tot brandbaar materiaal. De scho-
orsteen moet door de dakconstructie gedragen
worden, zodat het gewicht van de schoorsteen
niet op de topplaat van de kachel rust (dit kan
schade aan de kachel veroorzaken).
Trek in de schoorsteen
Onvoldoende trek kan tot gevolg hebben dat
er rook uit de kachel komt als de deur wordt
geopend. Voor dit type kachel is de minimale
schoorsteentrek voor een voldoende verbran-
ding 12 PA. Er kan toch altijd enige rookvorming
optreden als de deur geopend wordt tijdens
krachtig stoken.
De rookgastemperatuur bij nominaal effect is
243°C (referentietemperatuur 20°C). De rook-
gasmassastroom bedraagt 3,2 gram/sec. Trek
ontstaat door de combinatie van een hoge tem-
peratuur in de schoorsteen met relatief koude
buitenlucht. De lengte en isolatie van de schoor-
steen alsmede weer en wind zijn medebepalend
voor het kunnen ontstaan van voldoende onder-
druk in de schoorsteen. Als de kachel lange tijd
GEBRUIKSAANWIJZING
De eerste keer stoken
De verf van de kachel wordt in de fabriek uitge-
hard, er kan echter toch nog wat verfgeur ont-
staan. Daarom dient de kachel bij eerste gebruik
ontlucht te worden. De eerste keren moet de
kachel worden gestookt met maximaal 1,0 kg.
hout, en moet de deur op een kier staan. Sluit
de deur pas als de kachel afgekoeld is. Hierdoor
wordt voorkomen dat het snoer vastplakt aan
de kachel.
Brandhout
Uw nieuwe kachel voldoet aan de EN-norm voor
stoken met brandhout. Dit houdt in dat de ka-
chel met schoon en droog hout gestookt moet
worden. Verbrand nooit aangespoeld hout in
uw kachel: het kan veel zout bevatten waar-
door oven en schoorsteen beschadigd kunnen
worden. Vermijd ook afval, geverfd hout, geïm-
pregneerd hout en spaanplaat. Deze kunnen gif-
niet gebruikt is, controleer dan eerst dat de ka-
chel en schoorsteen niet geblokkeerd zijn (roet,
vogelnestjes).
Verminderde trek kan ontstaan
door:
- een te klein temperatuurverschil,
b.v. door slechte isolatie van de schoorsteen
- een te hoge buitentemperatuur, b.v.op een
warme zomerdag
- windstilte
- te lage en/of te luw geplaatste schoorsteen
- valse trek in de schoorsteen
- verstopping in schoorsteen en/of rookkanaal
- het huis is te tochtdicht (onvoldoende toevoer
van verse lucht)
- negatieve trek (slechte trek) bij een koude
schoorsteen of - slechte weersomstandig-
heden. Hiervoor is te compenseren door meer
lucht naar de kachel te voeren dan gebruikelijk.
Goede trek ontstaat bij:
- groot temperatuurverschil tussen schoorsteen
en buitenlucht
- helder weer
- stevige wind
- een juiste schoorsteenhoogte:
minstens vier meter boven de kachel en vrij
van de noklijn van het huis.
tige rook en damp veroorzaken. Correct stoken
geeft een optimaal rendement. Tegelijk vermi-
jdt men milieuproblemen in de vorm van rook
en stank, en het risico voor schoorsteenbrand
is minimaal. Bij stoken met vochtig hout wordt
een groot deel van de warmte gebruikt om het
vocht op te warmen, en deze warmte verdwijnt
door de schoorsteen. Het is niet alleen duur om
vochtig hout te gebruiken, maar het vergroot ook
het risico voor roetvorming en rook- en milieu-
problemen. Gebruik daarom uitsluitend droog
hout, d.w.z. met een vochtgehalte van maximaal
18%. Om dit te bereiken moet het hout 1 tot
2 jaar voor gebruik te drogen worden gelegd.
Brandhout met een diameter van meer dan 10
cm. moet worden gekloofd voor het gedroogd
wordt. De blokken moeten een passende lengte
hebben (ca. 18 cm) zodat ze plat op het vuur
gelegd kunnen worden. Bij opslag in de buiten-
lucht dient het hout afgedekt te worden.
5