6.3.4.4 Drukpunt Magura remhendel
afstellen
WAARSCHUWING
!
Falen van de remmen bij verkeerde afstelling
Wanneer het drukpunt wordt afgesteld met remmen
waarvan de remvoeringen en remschijf hun
slijtagegrens hebben bereikt, kan dat leiden tot falen
van de remmen en een ongeval met letsel.
Controleer voor het afstellen van het drukpunt,
dat de slijtagegrens van de remvoeringen en
remschijf niet is bereikt.
Het drukpunt wordt afgesteld met de draaiknop.
Draai de draaiknop in de plus-richting (+).
De remhendel gaat dichter naar het handvat
van het stuur toe. Stel zo nodig de grijpafstand
opnieuw af.
De hendel bereikt sneller het drukpunt.
1
Afbeelding 44: Gebruik van de draaiknop (1) voor
afstelling van het drukpunt
6.3.5
Remvoeringen inrijden
Voor schijfremmen geldt een inremtijd. De remkracht
neemt toe met het verstrijken van de inremtijd.
Gedurende de inremtijd moet u zich er daarom van
bewust zijn, dat de remkracht kan toenemen.
Hetzelfde verschijnsel treedt op na het vervangen
van de remvoeringen of de remschijf.
1 Versnel de fiets naar ca. 25 km/h.
2 Rem de fiets af tot stilstand.
3 Herhaal dit 30 tot 50 keer.
De schijfrem is ingereden en biedt de optimale
remwerking.
MY20H09-6_1.0_13.01.2020
6.3.6
Suntour-vork afstellen
Geldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrusting
VOORZICHTIG
!
Vallen door verkeerde afstelling van de vering
Een verkeerde afstelling van de vering kan de
vork beschadigen waardoor problemen kunnen
optreden bij het sturen. Een val met letsel is het
gevolg.
Rijd nooit met een voorvork met luchtvering
zonder lucht.
Gebruik de fiets nooit zonder de verende
voorvork op het gewicht van de berijder af te
stellen.
Aanwijzing
Veranderingen aan de afstelling van de vering
zijn van grote invloed op het rijgedrag van de
fiets. Om een val te voorkomen is gewenning en
inrijden vereist
De hier getoonde aanpassing betreft een
basisafstelling. De berijder kan, afhankelijk van
ondergrond en persoonlijke voorkeuren, de
basisafstelling wijzigen.
Het is aan te bevelen de waarden van de
basisafstelling schriftelijk vast te leggen. Dat
kan behulpzaam zijn als uitgangspunt voor
latere, geoptimaliseerde afstellingen en bij
onbedoelde wijzigingen.
6.3.6.1 Negatieve veerweg afstellen
De negatieve veerweg hangt af van het gewicht
en de zitpositie van de berijder. De negatieve
veerweg moet, al naar gelang voorkeur en
gebruik, liggen tussen 15% (hard) en 30% (zacht)
van de totale veerweg van de vork.
6.3.6.2 Negatieve veerweg voorvork met
stalen veer afstellen
Geldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrusting
De voorspanning van de veer in de vork kan op
het gewicht van de berijder en de rijstijl worden
afgesteld. Deze vermindert de negatieve veerweg
van de vork.
Gebruik
34