5. Functietest
Na montage dient het functioneren gecontroleerd te worden:
•
Controleer of er netspanning is en of de Ficontactdoos ingeschakeld is
(schakelaar in pos. "I").
•
Testknop "T" indrukken: de FI-contactdoos moet uitschakelen
(schakelaar in pos. "0").
•
Controleer of hij werkelijk uitgeschakeld is met een daarvoor beschikt
meettoestel.
FI-contactdozen, die de functietest niet doorstaan hebben mogen
niet in bedrijf genomen worden.
Test de FI-contactdoos maandelijks op het juist functioneren door
middel van de testknop!
6. Controle van de beveiligingsmaatregelen
Naast de functietest dient men te controleren of men aan de geldende
normen voldoet met betrekking tot bescherming bij indirecte aanraking:
7. Gebruik
Elektrische apparaten die op een FI-contactdoos zijn aangesloten en deze
doen afschakelen zijn defect. Deze dienen door een vakman gecontroleerd
en eventueel gerepareerd te worden.
Opmerking: Het is mogelijk dat een apparaat aan een wandcontactdoos
zonder aardlekbeveiliging ogenschijnlijk normaal functioneert, echter bij
aansluiting aan de aardlekbeveiligde contactdoos een uitschakeling
veroorzaakt. In dat geval is er hoogstwaarschijnlijk sprake van een defect
aan het apparaat. Laat in een dergelijk geval het apparaat door een vakman
controleren.
FI-SCHUKO contactdoos
Art. nr.: ..520.30..
3