nl
12 V
6
1 2
Fig. 3: Aansluitklemmen
6.5.3
Aansluiting alarmuitgang (potenti-
aalvrij)
5
3 4 5
Fig. 4: Aansluitklemmen
6.5.4
Aansluiting externe toets voor
alarmbevestiging
off
8
8 9
Fig. 5: Aansluitklemmen
12
Op de alarmuitgang is in geval van een alarm sprake van gelijkspanning. Zo kunnen andere
alarmmelders (hoorn, knipperlicht ...) worden gebruikt.
•
Klemmen: 1 (+) en 2 (-)
•
Max. belasting: 12 V=, 350 mA
De spanningsvoorziening voor de alarmuitgang vindt plaats door de accu. De maximale
bedrijfstijd van de alarmuitgang bedraagt afhankelijk van de aangesloten belasting ca.
60 minuten. Als de accu leeg is, vindt de spanningsvoorziening voor de alarmuitgang via
het voedingsdeel plaats. Parallel daaraan wordt de accu weer opgeladen.
Ter plaatse gelegde aansluitkabels door de kabelschroefverbindingen voeren en bevestigen.
Sluit de aders overeenkomstig het aansluitschema op de klemmenstrook aan.
GEVAAR
Levensgevaar door elektrische stroom!
De spanning van de externe spanningsvoorziening ligt ook bij een uitge-
schakelde schakelkast op de klemmen!
• Klem voor alle werkzaamheden de externe spanningsvoorziening los.
Via een potentiaalvrij wisselcontact kan de alarmmelding aan externe alarmmelders of bestu-
ringen worden overgedragen.
•
Klemmen: 3/4 − maakcontact (NO)
•
Klemmen: 4/5 − verbreekcontact (NC)
•
Max. schakelvermogen: 250 V AC/DC, 4 A
VOORZICHTIG
Materiële schade door externe spanning!
Een aangebrachte externe spanning vernielt het onderdeel.
• Sluit geen externe spanning aan (potentiaalvrij aansluiten).
De schakelkast is voorzien van een toets voor de alarmbevestiging. Via deze toets worden al-
le alarmmeldingen bevestigd. De alarmbevestiging kan ook via een externe toets plaatsvin-
den.
•
Klemmen: 8 en 9 (zie hoofdstuk "Opbouw [" 7]")
•
Contacttype: maakcontact
Inbouw- en bedieningsvoorschriften • Wilo DrainAlarm/DrainAlarm FIRST • Ed.01/2024-08