5 Product gebruiken
5.2.
Gasdetectie uitvoeren
LET OP
De sensor kan worden vernietigd door invloeden van
buitenaf!
> Stel de sensor nooit bloot aan hoge concentraties H
(zwavelwaterstof), SO
(chloorwaterstof).
> Voorkom dat de sensor in contact komt met alkalische stoffen
of water.
> Voorkom inwerking van vocht en vorst op de sensor.
> Beweeg de sensorkop zo dicht mogelijk en langzaam (ca.
< 2 cm per seconde) over de onderdelen die u van een lekkage
verdenkt.
-
Wanneer de ingestelde alarmwaarde wordt overschreden, licht
de Alarm-LED rood op. Wanneer het akoestische alarm is
ingeschakeld, klinkt bovendien een waarschuwingstoon
waarvan de frequentie hoger wordt naarmate de concentratie
toeneemt.
12
Laat het apparaat jaarlijks door de fabrikant kalibreren.
Voor het controleren van aardgasleidingen of
waterstofleidingen: Methaan (hoofdbestanddeel van
aardgas) resp. waterstof zijn lichter dan lucht, daarom moet
de detectie boven de leiding/het vermoedelijke lek
plaatsvinden.
Controleren van propaangasleidingen: Propaan is zwaarder
dan lucht, daarom moet de detectie onder de leiding/het
vermoedelijke lek plaatsvinden.
(zwaveloxiden), Cl
x
S
2
(chloor), of HCl
2