Instelling met constante opbrengst (Flow Mode)
STORM
Klik op 'Mode':
Kies:
N.b. In de flow modus werken
alle groepen stromingspom-
pen synchroon.
Instelling voor het maken van golven (Wave Mode)
1 Wave mode
STORM
Klik op 'Mode':
Kies:
Instelling voor het simuleren van een storm (Storm Mode)
STORM
Pompopbrengst:
Kies 'Flow' om de flow
modus te selecteren.
P1 = wave maker groep 1
P2 = wave maker groep 2
P3 = wave maker groep 3
P4 = wave maker groep 4
Golf frequentie:
Pompopbrengst:
P1 = wave maker groep 1
P3 = wave maker groep 3
P2 = wave maker groep 2
P4 = wave maker groep 4
N.b. In de flow modus werken
alle groepen stromingspom-
pen synchroon.
STORM
Kies 'mode'
Kies 'Storm'
Pompopbrengst:
Kies 'Save' om de nieuwe
Schuifbalk:
instellingen op te slaan.
Kies 'Modify'
Beweeg de schuifbalk op
de
pompopbrengst
van
elke groep aan te passen
Beweeg de schuif-
balk om de frequen-
tie voor alle groepen
te veranderen
Beweeg de schuif-
balk om de pomp-
opbrengst per groep
in te stellen.
Schuifbalk:
Pagina 14
Opslaan (Save)
Kies 'Save' om de nieuwe
instellingen op te slaan.
Selecteer de voorin-
stelling van uw keuze.
Voorinstelling
Opslaan (Save)
Kies 'Save' om de nieuwe
instellingen op te slaan.
Opslaan (Save)