Symptoom
5. Schommelende of
verminderde capaciteit.
Normaal functioneren
van mengkraan terwijl
de bedieningsom-
standigheden
onvoldoende zijn.
6. Afwijking in
mengtemperatuur of
temperatuurcyclus.
7. Maximale instelling van
de mengtemperatuur
te warm of te koud.
8. Water lekt uit de EM.
9. De LED's knipperen op
het bedieningspaneel
en de EM wordt niet
geactiveerd.
10. De EM blijft
uitschakelen voordat
de geprogrammeerde
tijdsperiode verstreken
is.
11. Bedieningssensoren
werken niet/niet goed
Oorzaak/Oplossing
a. Controleer de inlaat-/uitlaatfittingen op
volumestroom: controleer de inlaat-/uitlaatfilters:
zie GEPLAND ONDERHOUD
b. De waterdruk is laag bij het tappunt: zorg ervoor
dat de minimale afname voldoende is, zie
SPECIFICATIES.
c. De waterdruk is laag bij het tappunt: zorg ervoor
dat de minimale afname voldoende is, zie
SPECIFICATIES
d. Schommelende watertemperatuur: zorg ervoor
dat de temperatuurverschillen tussen de inlaten
voldoende zijn, zie SPECIFICATIES.
a. Zie symptomen 4 en 5.
b. Temperatuurschommeling in warmwatertoevoer:
controleren en corrigeren.
a. Wijst op foute maximale temperatuurinstelling: zie
IN BEDRIJF STELLEN.
Waarschuwing! Sluit de stroom en
watervoorziening af
a. Controleer de aansluitingen.
b. De afsluiter(s) op de inlaat-/uitlaataansluitingen
is/zijn versleten of beschadigd: bestel een
onderhoudspakket en vernieuw alle afsluiters.
c. Interne lekkage: het apparaat heeft een
onderhoudsbeurt nodig.
a. Er is een storing waargenomen. Zie Zelfdiagnostiek
storingen (onderstaande tabel).
a. Mengtemperatuur te hoog: Herstel de EM door
de stroomtoevoer naar de EM UIT te schakelen
en vervolgens IN te schakelen.
b. Controleer of de ingangstemperaturen binnen de
specificatie vallen, zie hiervoor SPECIFICATIE.
Als de fout hiermee niet is opgelost, neem dan contact
op met uw lokale dealer of de klantenservice.
a. Controleer het leidingwerk
Zie installatieschema
15