SMA Solar Technology AG
7. Steek de rode stekker van deze DC-kabel in de bus +POL van de
volgende batterijmodule. Leg daarbij de DC-kabel over de
communicatiekabel en dek de ventilatiegleuf van de
ventilatorbehuizing niet af. De grendelhendel van de bus moet
hoorbaar op de stekker vastklikken.
8. Integreer in de volgorde omlaag alle verdere batterijmodules in de DC-bedrading in de batterijkast.
9. Zorg ervoor dat er geen DC-kabel de ventilatiegleuf van een ventilatorbehuizing blokkeert.
Zie hiervoor ook:
• Veiligheid bij de aansluiting van de DC-kabel ⇒ pagina 85
• Aansluitbereik van het batterijmanagementsysteem ⇒ pagina 78
• Aansluitbereik van een batterijmodule ⇒ pagina 80
• Schakeling van de batterijmodule ⇒ pagina 81
• Accessoires voor batterij ⇒ pagina 26
8.7.7.3
DC-kabels naar de omvormer of DC-verdeler in de batterijkast leggen
Voor de vermogensverbinding tussen batterij en omvormer of DC-verdeler worden de DC-kabels uit de meegeleverde
DC-verbindingsset gebruikt. Deze DC-kabels kunnen alleen bij de omvormer of bij de DC-verdeler worden ingekort.
Leg daarom voor het aansluiten van de omvormer of DC-verdeler en de batterijkast de daarvoor vereiste DC-kabels
zoals beschreven in dit hoofdstuk. Daarbij mogen de aansluitingen CHARGER+ en CHARGER- op het
batterijmanagementsysteem niet worden geschakeld.
Werkwijze:
1. Kies een borstelopening voor het naar buiten leiden van de DC-kabel uit de batterijkast. Gebruik daarbij voor het
naar onderen naar buiten leiden van de DC-leidingen de onderste borstelopeningen in de beide zijwanden of in
de achterwand van de kast. Gebruik voor het naar buiten leiden van de DC-leidingen naar boven de
borstelopening in het kastdeksel en gebruik de voorgemonteerde C-rail en kabelklemmen.
2. Leid de DC-kabel met de rode stekker uit de meegeleverde DC-verbindingsset, uitgaande van de aansluiting
CHARGER+, naar de geselecteerde borstelopening en naar buiten uit de batterijkast.
3. Leid de DC-kabel met de zwarte stekker uit de meegeleverde DC-verbindingsset, uitgaande van de aansluiting
CHARGER-, naar de geselecteerde borstelopening en naar buiten uit de batterijkast.
4. Klem de DC-kabels vast in de batterijkast. Gebruik hiervoor de voorgemonteerde kabelbevestigingen aan de
rechterzijde of de kabelklemmen.
5. Leg de DC-kabels naar de omvormer of naar de DC-verdeler in de batterijkast.
Zie hiervoor ook:
• Overzicht van de kabeldoorvoer ⇒ pagina 82
Systeemhandboek
8 Elektrische aansluiting
ESSX-20-SH-nl-10
87