•
Voer geen enkele meting uit bij zichtbare schade zoals een defecte behuizing, beschadigde meetsnoeren
of onbeschermde metalen onderdelen.
Verdraai de functieschakelaar niet als de meetsnoeren met het toestel verbonden zijn.
•
Installeer geen wisselstukken en breng geen verandering aan het toestel aan maar stuur het voor
•
herstelling of herijking terug naar uw verdeler.
Vervang de batterijen niet als de behuizing vochtig is.
•
Verwijder de meetsnoeren en kabels uit het testobject en schakel het toestel uit alvorens het
•
batterijcompartiment te openen.
Test de werking van het toestel op een gekende stroombron alvorens u te baseren op de uitlezing en
•
verdere handelingen uit te voeren.
Draag handschoenen, laarzen en een veiligheidsbril.
•
Zet de bereikschakelaar in de gewenste stand alvorens de meting te beginnen.
•
Klik de meetsnoeren volledig in het toestel.
•
•
Verwijder de meetsnoeren voor een stroommeting.
Stel het toestel niet bloot aan de zon, extreme temperaturen of vochtigheid.
•
Hoogte 2000m max. Werkingstemperatuur tussen 0° C en 40° C.
•
Het toestel is niet water- of stofdicht. Vermijd dus dergelijke omgevingen.
•
Schakel het toestel uit na de meting. Als het toestel gedurende een periode niet gebruikt wordt, berg het
•
dan op nadat u er de batterijen hebt uitgehaald.
Reinig het toestel met een neutraal detergent, geen schuur- of oplosmiddelen.
•
Meetcategorieën (overspanningscategorieën)
Om een veilige werking van de meettoestellen te verzekeren, heeft de IEC61010 richtlijn veiligheidsnormen
opgesteld voor verschillende elektrische omgevingen en deze onderverdeeld in categorieën van CAT I tot
CAT IV, meetcategorieën genoemd. Categorieën met een hoger nummer komen overeen met elektrische
omgevingen met een grotere momentele energie. Vandaar dat een meetinstrument ontworpen voor CAT III
omgevingen een grotere momentele energie kan ondergaan dan een toestel voor CAT II.
CAT I: Secundaire elektrische circuits verbonden met een elektrisch AC stopcontact via een transformator of
een gelijkaardig toestel.
CAT II: Primaire elektrische circuits van apparatuur verbonden met een elektrisch AC stopcontact via een
voedingskabel.
CAT III: Primaire elektrische circuits van apparatuur die rechtstreeks verbonden is met het verdeelbord, en
voedingslijnen van het verdeelbord naar het stopcontact.
CAT IV: Het circuit van de stroomleveranciersvoorziening tot aan de stroomingang en naar de kWu-teller en
de hoofdzekering (verdeelbord).
Binnenkomende geleider
Interne bekabeling
Transformator
Stopcontact
WAARSCHUWING
OPGELET
fig.
3