Nederlands
OPGELET: verricht de installatie volgens de technische normen met behulp van geschikte gereedschappen; volg
nauwgezet de montage handleiding. Ga voor de installatie na of er plaatselijk of nationaal regelgeving van toepassing
is voor het bedoelde gebruik (privé, kantoor, winkels, enz.).
Voordat u met het in elkaar zetten begint, alle elementen van de trap uitpakken. Deze op een groot vlak neerleggen
en de hoeveelheid nagaan van de elementen (TAB. 1: A = Code, B = Hoeveelheid. Voor "B" de kolom kiezen met de
code die gegeven wordt op het etiket van de verpakkingskist).
In elkaar zetten
1. Zorgvuldig de hoogte meten van vloer tot vloer (H) (fig. 2).
2. De waarde van de optrede berekenen: a) 20.5 cm (hoogte van de eerste optrede) aftrekken van de gevonden waarde
van de hoogte van vloer tot vloer (H); b) deze waarde delen door het aantal van de optreden min één.
Voorbeeld: voor een hoogte gemeten van vloer tot vloer van 263 cm en een trap van 13 optreden;
263 – 20.5 / 13 – 1 = 20.21 cm (fig. 2).
3. Zorgvuldig het gat van het trapgat meten (C) (fig. 2).
4. De waarde van de aantrede (P) berekenen:
voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 65 (fig. 2A):
a) De volgende vaste afmetingen van de gevonden waarde van het gat van het trapgat (C) aftrekken:
1) 29 cm = eindtrede;
2) 59 cm = hoekstreden;
3) 1 cm = afstand vanaf de muur.
b) Deze waarde delen door het aantal resterende treden.
Voorbeeld: voor een gat van het trapgat van 221 cm en een trap zoals die in (fig. 2A);
221 – 29 – 59 – 1 / 6 = 22 cm.
voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 75 (fig. 2B):
a) De volgende vaste afmetingen van de gevonden waarde van het gat van het trapgat (C) aftrekken:
1) 29 cm = eindtrede;
2) 69 cm = hoekstreden;
3) 1 cm = afstand vanaf de muur.
b) Deze waarde delen door het aantal resterende treden.
Voorbeeld: voor een gat van het trapgat van 231 cm en een trap zoals die in (fig. 2B);
231 – 29 – 69 – 1 / 6 = 22 cm.
voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 80 (fig. 2C):
a) De volgende vaste afmetingen van de gevonden waarde van het gat van het trapgat (C) aftrekken:
1) 33 cm = eindtrede;
2) 74 cm = hoekstreden;
3) 1 cm = afstand vanaf de muur.
b) Deze waarde delen door het aantal resterende treden.
Voorbeeld: voor een gat van het trapgat van 252 cm en een trap zoals die in (fig. 2C);
252 – 33 – 74 – 1 / 6 = 24 cm.
voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 90 (fig. 2D):
a) De volgende vaste afmetingen van de gevonden waarde van het gat van het trapgat (C) aftrekken:
1) 33 cm = eindtrede;
2) 84 cm = hoekstreden;
3) 1 cm = afstand vanaf de muur.
b) Deze waarde delen door het aantal resterende treden.
Voorbeeld: voor een gat van het trapgat van 262 cm en een trap zoals die in (fig. 2D);
262 – 33 – 84 – 1 / 6 = 24 cm.
5. Om het bepalen van het punt waar het gat moet komen op de vliering te vergemakkelijken, kan de trede L25 met de
schroef C53, op de ondersteuning N20 gemonteerd worden zonder dat deze definitief vastgezet wordt.
Op deze manier zal het gemakkelijk zijn de punten aan te geven waar gaten gemaakt moeten worden in overe
enkomst met de openingen. Met punt Ø 18 mm een gat maken (fig. 4) (fig. 5). De eindondersteuning N20 vastmaken
met de artikels C48 en het horizontaal zijn nagaan van de trap.
6. De elementen N24 aan de ondersteuningen N21, N22 monteren (fig. 3). De schroeven B07, B06 en B23 erin zetten,
zonder deze aan te draaien. De buizen C21 in het interne gedeelte van de onderdelen N24 zetten; de trekkrachten
C22; de ringetjes C20 met het gekartelde gedeelte naar de flens gericht en de blokjes B99.
De aantrede (P) instellen:
voor de rechtlijnige treden is de waarde (P) afhankelijk van de vorige berekening (zie punt 4).
Voor de hoekstreden is de waarde (P):
18,5 cm (fig. 2A) voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 65
20 cm (fig. 2B) voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 75
22,5 cm (fig. 2C) voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 80
24 cm (fig. 2D) voor de versie met breedte trede (inclusief trapleuning) L = 90
De schroeven B07, B06 en B23 definitief aandraaien. Verder gaan met het in elkaar zetten van alle ondersteu ningen
N21. De buis aandraaien met de van schroefdraad voorziene trekkracht N25 aan de onder steuning van de 2de
optrede N22 aan het einde van de loop.
7. De artikels B02 in de elementen C71 en C72 zetten. De elementen C71 en C72 vastzetten met de artikels C57 (op
16 - LONG