Algemene informatie
1.4 Bedieningsfuncties op de stuurkolom
1
1. Alarmknipperlicht.
2. Urenteller.
3. Lading controlelampje.Als het lading controlelampje brandt in andere situaties dan bij contact
maken of motorstart, dient u de motor te stoppen en de oorzaak te vinden.
4. Voorwarm indicator. Dit lampje gaat niet tegelijk met de andere 3 waarschuwingslampjes aan.
Het gaat pas branden als de sleutel naar 'voorwarmen' gedraaid wordt. Als het lampje vanzelf
uitgaat, mag de sleutel verder worden gedraaid en dan start de machine.
5. Schakelaar elektrische uitgang.
6. Waarschuwingslampje voor oliedruk. Als dit lampje gaat branden tijdens het werken met de
machine, moet de motor direct gestopt worden. Controleer het oliepeil. Vul onmiddellijk olie bij
als het peil te laag is.
7. Waarschuwingslampje voor oververhitting. Bij normale temperatuur van de koelvloeistof brandt
dit lampje niet. Als het gaat branden, is de motor te warm geworden. Schakel de aangesloten
gereedschappen uit en laat de motor ca. 2 minuten op halve kracht draaien (verwijder eventueel
vuil van de roosters van het koelsysteem).
12
2
3
4
7
6
5
Gebruiksaanwijzing City Ranger 2150