4.6. Afregelen van de ontvangergevoeligheid
Voorbereiden:
- Verbind een RF-Generator met de antenneingang van de transceiver en stem deze af
op de laagste in gebruik zijnde frequentie (430.0 MHz).
- Stel het uitgangsvermogen van de RF-Generator in op -60dBm.
- Stel de RF-Generator in op FM-modulatie (1000 Hz toon, 1,5 KHz zwaai voor
12,5 KHz raster)
1) Afregelen van de discriminator
- Toets 10 OK (stemt de ontvanger af op laagste ijkfrequentie
(430.0 MHz)
- Verbind een AC-Multimeter met de LSP aansluiting
- Schakel de luidspreker in met 41 OK
- Regel detector-spoel L303 op de RF-Printplaat af op maximale
audio-uitgangsspanning.
- Schakel de luidspreker uit met 42 OK
2) Instellen van de ontvangergevoeligheid over de hele in gebruik zijnde
frequentieband (430-440 MHz)
- a) Toets 36 OK
- b) Handmatig:
óf
Automatisch: - Toets 2 x snel OK. De processor stemt nu automatisch maximaal
- c) Toets RCL voor de volgende meetfrequentie (1 MHz hoger)
- d) Stem de RF-Generator of deze meetfrequentie af
- e) Herhaal vanaf stap b) totdat het gewenste bandeinde bereikt is
- f) Toets FCN STO om de instellingen vast te leggen in NV-RAM
- g) Sluit af met *
- gebruik up/down om op maximale rls-waarde
af te stemmen
- toets OK
af.
15