Onderhoud en verzorging
Brandstoffilter vervangen
1. Brandstoffilter
Afstelling van de carburateur
Tijdens het afstellen van de carburateur kan het maaiaccessoire in beweging komen. Let op dat u niet gewond raakt.
Bij het starten moet de stelschroef voor het stationair toerental (T) zodanig zijn afgesteld dat het maaiaccessoire niet
gaat roteren. Neem bij problemen met de carburateur contact op met uw dealer.
T: Stationair toerental afstellen
Onderhoud van koelsysteem
BELANGRIJK
Om de juiste bedrijfstemperatuur van de motor te handhaven, dient koellucht onbelemmerd door de koelribben van de
cilinder te kunnen stromen. Deze luchtstroom voert de verbrandingswarmte weg van de motor. Oververhitting en een
vastgelopen motor kunnen optreden als:
de luchtinlaten zijn geblokkeerd, waardoor er geen koellucht bij de cilinder komt,
of
stof en gras zich ophopen aan de buitenkant van de cilinder. Dit vormt een isolerende laag op de motor en verhindert
afvoer van de warmte.
Het verwijderen van verstoppingen in de koeling of het reinigen van de koelribben van de cilinder wordt als "normaal
onderhoud" beschouwd. Storingen als gevolg van het niet-onderhouden vallen niet onder de garantie.
2. Brandstofleiding
WAARSCHUWING
Verwijder het brandstoffilter via de vulopening van de brands-
toftank met behulp van een stuk staaldraad of iets dergelijks.
Trek het oude filter uit de brandstofleiding.
Installeer een nieuw brandstoffilter.
OPMERKING
Vervang het filter als dit overmatig vuil is of niet meer goed
past.
LET OP!
Elke machine wordt in de fabriek getest en de carburateur wordt
goed afgesteld voor een maximale prestatie.
Reinig of vervang het luchtfilter, start de motor en laat deze ge-
durende enkele minuten op bedrijfstemperatuur komen voordat u
de carburateur afstelt.
Ga als volgt te werk om de carburateur af te stellen:
Start de motor en draai de stelschroef van het stationair toer-
ental rechtsom totdat de maaiaccessoire begint te bewegen.
Draai vervolgens de schroef linksom totdat de maaiaccessoire
niet meer beweegt. Draai de schroef vervolgens nog 2 extra
slagen. Herhaal de procedure van accelereren naar volgas en
terugkeren naar stationair enkele keren. Controleer of het
maaiaccessoire stopt met bewegen bij stationair toerental.
Indien er een toerenteller beschikbaar is, dient het stationaire
motortoerental uiteindelijk ingesteld te worden op 3000 omw/
min.
38