OPMERKING:
Als uw computer het opstartmenu niet opent, start u de computer opnieuw op en drukt u meteen op F2.
In het eenmalige opstartmenu staan de apparaten waar het systeem vanaf kan opstarten en ziet u ook de optie om diagnostiek te starten.
De opties van het opstartmenu zijn:
● Verwijderbare schijf (mits beschikbaar)
● STXXXX-schijf (indien beschikbaar)
OPMERKING:
XXX staat voor het nummer van de SATA-schijf.
● Optisch station (mits beschikbaar)
● SATA-harde schijf (indien beschikbaar)
● Diagnostiek
OPMERKING:
Na het selecteren van Diagnostiek wordt het scherm ePSA-diagnostiek geopend.
In het eenmalige opstartmenu wordt ook de optie weergegeven voor het openen van het scherm systeeminstallatie.
Opties voor Systeeminstallatie
OPMERKING:
Afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten kunnen de onderdelen die in dit gedeelte worden vermeld
wel of niet worden weergegeven.
Tabel 32. Opties voor System Setup—Hoofdmenu
Hoofdmenu
Systeemtijd
Systeemdatum
BIOS-versie
Productnaam
Servicetag
Asset-tag
CPU-type
CPU-snelheid
CPU ID
CPU Cache
L1 Cache
L2 Cache
L3-cache
Primaire HDD
M.2 PCIe SSD
Voedingsadaptertype
Systeemgeheugen
Geheugensnelheid
Keyboard Type
Tabel 33. Opties voor System Setup—Advanced (Geavanceerd) menu
Geavanceerd
Geïntegreerde NIC
140
BIOS-instellingen
Toont de huidige tijd in de indeling uu:mm:ss.
Toont de huidige systeemdatum in de indeling mm:dd:jjjj
Toont de BIOS-versie.
Toont het modelnummer van uw computer.
Toont de servicetag van uw computer.
Toont de asset-tag van uw computer.
Toont het type processor.
Toont de processorsnelheid.
Toont de identificatiecode van de processor.
Toont wordt de L1 cache-grootte van de processor.
Toont de L2-cachegrootte van de processor.
Toont de L3-cachegrootte van de processor.
Toont het type harde schijf dat is geïnstalleerd.
Toont de informatie van de PCIe SSD die is aangesloten op de
M.2-slot.
Toont het voedingsadaptertype.
Toont de grootte van het geïnstalleerde geheugen.
Toont de snelheid van het geheugen.
Hiermee wordt het type toetsenbord weergegeven dat op de
computer is geïnstalleerd.
Hiermee wordt de interne LAN-controller in- of uitgeschakeld.